[Contact]

Nieuwskop.nl Nieuwskoppen Nederland

๐Ÿ”’
โŒ Over FreshRSS
Er zijn nieuwe artikelen beschikbaar, klik om de pagina te vernieuwen.
OuderFacilitywereld

Ricoh gebruikt duurzame energie voor multifunctionele printers

Ricoh gaat vanaf dit boekjaar gebruik maken van 100% duurzame energie om in de stroombehoeften van de A3 multifunctionele printers (MFP’S) te voorzien. Deze overstap past bij de doelstelling om in 2030 30% duurzame energie te gebruiken en in 2050 100%.



Op alle locaties waar A3 MFP’s worden geproduceerd, maakt Ricoh volledig gebruik van duurzame energie. Dit geldt ook voor de locatie waar printers worden gerecycled.

Energiebesparende maatregelen
Ricoh heeft sinds de aankondiging van haar deelname aan de RE100*1 energiebesparende maatregelen genomen. Zoals de installatie van eigen energieopwekkinginstallaties en de optimalisatie van het proces om grondstoffen te hergebruiken en te recyclen.

In Europa zijn meerdere hoofdkantoren 100% overgestapt op duurzame energie, waaronder ook alle locaties in Nederland: Ricoh Nederland in ’s-Hertogenbosch, Ricoh Europe in Amstelveen en Ricoh SCM in Bergen op Zoom.

Het initiatief verhoogt niet alleen het gebruik van duurzame energie voor Ricoh, maar verhoogt ook de aantrekkelijkheid van de Ricoh A3 MFP’s voor klanten. De MFP’s hebben namelijk minder impact op het milieu. Met dit initiatief wil Ricoh samen met haar stakeholders de realisatie van een koolstofvrije samenleving versnellen.

Awards voor A3 MFP’s
In de serie van A3 MFP’s zijn onlangs nog diverse printers bekroond met de BLI Pick Awards. De BLI Pick awards worden twee keer per jaar uitgereikt aan producten die het hoogst scoren in de uitgebreide laboratoriumtests van Buyers Lab. Ricoh’s IM C2000 en IM C2500 hebben indruk gemaakt in het lagere en middelste segment van de multifunctionele kleurenprinters. De Ricoh IM 350F werd benoemd tot de beste keuze voor middelgrote bedrijven die op zoek zijn naar een zwart-wit MFP.

  • 23 Augustus 2019 om 00:00

De invloed van MaaS op de parkeersector

Het wordt steeds duidelijker dat parkeren onderdeel is van Mobility as a Service (MaaS). Tijdens de Vexpan lunchbijeenkomst: ‘De invloed van MaaS op de parkeersector’ op 19 september a.s. van 12.00 uur tot circa 14.00 uur in het BOVAGhuis in Bunnik zal het Ministerie van Infrastructuur meer vertellen over de start van zeven pilots die MaaS een grote stimulans gaan geven. Empaction zal vervolgens ingaan op wat MaaS voor gemeenten kan betekenen.

Maas en de parkeersector
Dit jaar starten de zeven nationaal opschaalbare pilots die Mobility as a Service een grote stimulans gaan geven. Deze pilots in verschillende regio’s en gericht op verschillende doelen maken onderdeel uit van een veel groter MaaS-ecosysteem met 24 consortia en onderlinge afspraken over level playing field, datadelen, privacy, enzovoort. Het idee is dat de verschillende MaaS-aanbieders met hun apps integrale diensten gaan bieden voor alle mogelijke vormen van vervoer rond informeren, boeken en betalen. Reizen met een app zal voor mensen in Nederland vanzelfsprekend worden.

We denken dat voor veel mensen een parkeerdienst het logische sluitstuk is van hun verplaatsing en dat parkeren dus een ideale toevoeging is aan MaaS. Zo wordt nu ook gekeken naar informatie over laadpalen.

De parkeersector heeft zelf al belangrijke stappen gezet met het bieden nieuwe vormen van dienstverlening aan klanten en het organiseren van platforms. Misschien zijn er al meer stappen gezet richting MaaS. Tijdens de Vexpan lunchbijeenkomst wil het Ministerie van IenW daar graag over doorpraten, waarbij ook wordt ingaan op de rolverdeling (ministerie, regio’s, MaaS dienstverleners en vervoeraanbieders).
 
MaaS en de rol van gemeenten
In samenwerking met een zevental regio’s zet de nationale overheid qua mobiliteit vanaf dit jaar volop in op MaaS. Het zal nog wel even duren voordat de marktpartijen elkaar gevonden hebben in standaarden die uitwisseling van informatie en integratie van diensten mogelijk maken. De vraag is of in het belang van hun inwoners gemeenten in de tussentijd iets moeten en kunnen doen met MaaS.

In de verdichtingsopgave, waar menig gemeente voor staat, speelt kwaliteit van openbare ruimte een steeds belangrijkere rol. Het besef groeit dat geleidelijk aan de auto een substantieel deel van de openbare ruimte heeft opgeëist, maar dat zeker in de binnensteden het plafond bereikt is. Wat doen we dan met de auto’s van al die nieuwe bewoners? En van hun bezoekers? Een ondergrondse parkeervoorziening is zelden meer een optie, zeker niet in geval van een component sociale woningbouw. Gaat MaaS de gemeenten helpen met deze vragen?

In deze presentatie zullen we laten zien dat nu de tijd rijp is voor gemeenten om meer regie te nemen over wat er op het gebied van mobiliteit gebeurt in hun eigen stad. Zonder het te (willen) weten hebben ze daarvoor goud in handen. Bedreigingen worden kansen. Marktwerking ja graag, maar het is niet de markt die bepaalt wat er in de openbare ruimte gebeurt en vanaf wanneer.

  • 22 Augustus 2019 om 00:00

Honeyspot helpt horeca- en retail bij vinden locaties

Honeyspot Location Matching berekent op basis van doelgroepgegevens de beste plekken voor horeca- en retailondernemers voor hun nieuwe vestigingen. Aan deze Sweetspot analyses zijn een aantal nieuwe mogelijkheden toegevoegd. Bovendien zijn ze straks binnen 72 uur beschikbaar.

Ondernemers die dichtbij hun doelgroep willen zitten, breiden hun formules vaak uit naar plaatsen die ze kennen. Daar weten ze waar ze moeten zitten en kunnen ze bij een bepaalde locatie snel een ‘goed gevoel’ over de business kansen ontwikkelen. Ondernemers die uitbreiden naar steden die ze minder goed kennen en geen groot netwerk hebben, kunnen terecht bij Honeyspot voor objectieve informatie over waar hun doelgroepen wonen, werken en verblijven. Met deze informatie kan een ondernemer een makelaar een heldere opdracht geven of een aanbod voor een locatie snel evalueren.

Honeyspot zoekt naar de beste locatie ten opzichte van verschillende doelgroepen. Daarvoor combineert Honeyspot, op basis van de vraag van de ondernemer, verschillende databronnen tot een specifiek zoekprofiel. Honeyspot geeft resultaten in de vorm van kaarten en tabellen.

De dienstverlening is uitgebreid waardoor Honeyspot complexere analyses met meer variabelen kan uitvoeren.

Wil een ondernemer op termijn meer vestigingen openen in dezelfde plaats? Honeyspot rekent verschillende scenario’s door waarbij er gevarieerd kan worden in aantal vestigingen, grootte van het verzorgingsgebied en eventuele concurrentie. Daardoor kunnen de analyses vragen beantwoorden zoals:

  • Hoeveel vestigingen moeten er in een plaats komen om zo veel mogelijk markt te bedienen?
  • Waar zit concurrentie en hoe is die van invloed op mijn vestigingslocatie?
  • Met hoeveel locaties sluit de onderneming het beste aan op zijn doelgroepen?
  • Met hoeveel bezorgkeukens op welke locaties kan effectief met de kortste aanrijtijden de meeste doelgroepen worden bereikt?


Bartjan Hendriksen, eigenaar van koffie- en tostiketen Toastable wil een vijfde vestiging openen in Leiden en deed mee aan de pilot Sweetspot: “Honeyspot biedt je informatie om als horeca-ondernemer snel wegwijs te worden in een nieuwe stad.”

Honeyspot kan Sweetspot analyses snel leveren. Daarbij maakt het niet uit of er één of tien scenario’s doorgerekend worden.

  • 22 Augustus 2019 om 00:00

Bedrijven moeten de WELL Building-standaard omarmen

Organisaties moeten veel meer de focus leggen op gebouwstandaarden die de mens meenemen in de beoordelingsmix, zoals de WELL Building-standaard. Nu ligt vaak enkel de nadruk op duurzaamheidsaspecten. Dat stelt tapijttegelfabrikant Interface.
 
Gebouwen hebben een enorme invloed op de mens, zo tonen allerlei onderzoeken onomstotelijk aan. Een slechte akoestiek, weinig daglicht en onvoldoende ruimte voor sociale cohesie hebben een negatieve invloed op ons welzijn.
 
Grote invloed
Gebouwen zijn niet enkel stenen constructies met een bepaalde milieubelasting. Het zijn plekken waar mensen samenkomen. Mensen die zich geborgen, productief, fit, geïnspireerd en verbonden met anderen willen voelen. Toch richten traditionele certificeringsnormen zoals BREEAM zich voornamelijk op zaken als energie, water en afval. Dat terwijl gebouwen een grote invloed uitoefenen op de gezondheid en het welzijn van medewerkers. Niet zo gek: we brengen maar liefst 90 procent van onze tijd door in gebouwen. Slecht ontworpen kantoren zijn letterlijk ziekmakend. Andersom kan een gebouw dat wel in menselijke behoeften voorziet een voorsprong geven op de concurrentie.
 
Maar hoe weet een organisatie dat een gebouw zo 'mensvriendelijk' mogelijk is? Daarvoor werd in 2014 de WELL-standaard ontwikkeld. Dat is een internationale gebouwcertificering met een sterke focus op gezondheid en welzijn. Bij een certificering worden gebouwen beoordeeld op zeven aspecten: lucht, water, voeding, licht, fitness, comfort en psyche.
 
5 argumenten voor de WELL-standaard
Interface geeft vijf argumenten om ook de WELL Building-standaard te omarmen:
 
1. Gebouwen moeten concurreren met alternatieven
Dankzij allerlei technologische en maatschappelijke ontwikkelingen zijn we veel minder afhankelijk van fysieke locaties. De tijd dat we ons altijd verplicht moesten verzamelen in gebouwen ligt achter ons. Shoppen gaat ook prima vanaf de bank, en we werken net zo gemakkelijk aan de keukentafel.

Die flexibiliteit dwingt gebouwen in een soort concurrentiepositie. Ze strijden met de bank en de keukentafel om de gunst van de gebruiker. Gebouwen moeten ons weer echt wat te bieden hebben. Een gebouw dat aantoonbaar rekening houdt met ons welzijn heeft dan - letterlijk - de beste papieren.
 
2. Mens-centraal design bevordert de productiviteit
Medewerkers zijn productiever in een gebouw dat rekening houdt met hun welzijn. Zo hebben goede ventilatie, biophilic design en minimale afleiding door storend geluid hierop een positief effect. Ook ruimten die uitnodigen tot samenwerking of die concentratie bevorderen, dragen bij aan een hogere productiviteit. Bovendien zorgen deze aspecten voor een hogere kwaliteit van het werk.
 
Op dit punt kunnen veel organisaties nog winst behalen. Volgens de jaarlijkse Leesman Index vindt slechts 57 procent van de werknemers dat zijn of haar werkplek de productiviteit bevordert. Anderen wijzen bijvoorbeeld op het gemis aan een stilteruimte. WELL-certificering garandeert dat een gebouw de juiste randvoorwaarden creëert voor een productiviteitsboost. Zo verdienen voor de certificering benodigde investeringen zichzelf terug.
 
3. De standaard werkt als een magneet op nieuw talent
De WELL-standaard werkt als een magneet op jong talent. Een gebouw kan in belangrijke mate bijdragen aan wat tegenwoordig in hr-kringen 'employee experience' wordt genoemd. Een certificering verzekert dat het gebouw bijdraagt aan een zo prettig mogelijke werkervaring. En juist dat is enorm belangrijk voor het aantrekken en vasthouden van talent.
 
Een werkgever toont met een WELL-certificering aan dat hij om zijn personeel geeft en dat het gebouw een bewezen bijdrage aan dat welzijn levert. Zeker voor millennials is dat een belangrijk criterium bij de keuze voor een werkgever.
 
4. Gezonde gebouwen zorgen voor gezonde medewerkers
36 procent van het ziekteverzuim ontstaat door werkstress, aldus het TNO. De jaarlijkse kostenpost? Een slordige 2 miljard euro.
 
Ziekmeldingen en stressklachten zijn natuurlijk niet altijd terug te voeren op het gebouw. Toch kan een prettige werkomgeving een belangrijke rol spelen in het terugdringen van stress, en zo ook het ziekteverzuim verminderen.
 
De WELL-standaard waarborgt zaken die de gezondheid van medewerkers bevorderen en stress verlagen. Denk aan frisse lucht, minder geluidsoverlast, voldoende mogelijkheden voor beweging, gezonde voeding in de kantine en voldoende daglicht. Het behoeft geen uitleg dat een gecertificeerd gebouw het ziekteverzuim en de bijbehorende kosten terugdringt. Ook dit draagt bij aan een goede ROI van benodigde investeringen.
 
5. Het verstevigt onze internationale concurrentiepositie
Steeds meer landen omarmen de WELL-standaard. Met name China en de VS kennen een groot aantal gebouwen met deze certificering. Ook in naburige landen als Frankrijk en het VK is de standaard in opkomst. Achterblijven is niet goed voor ons imago en onze positie als innovator op het gebied van welzijn en duurzaamheid.
 
Met de WELL-standaard plukken organisaties de vruchten van een hogere productiviteit van de werknemers, lagere kosten voor de gezondheidszorg en lagere energierekeningen. Interface is dan ook een groot voorstander van een mensgericht en duurzaam gebouwontwerp.

  • 21 Augustus 2019 om 00:00

PostNL opent 24e pakketlocatie in Nederland

PostNL neemt zijn vierentwintigste pakkettensorteercentrum in Nederland in gebruik. Vanuit dit nieuwe en duurzame pand van ruim 7.000 m2 aan de Zernikestraat in Dordrecht worden dagelijks gemiddeld zo’n 35.000 pakketten bezorgd. In 2018 bezorgde PostNL 251 miljoen pakketten.

Om in de groeiende pakketmarkt het bezorgproces voor Nederland en België optimaal te kunnen inrichten opent PostNL dit jaar drie nieuwe pakkettensorteercentra in Nederland. Dordrecht is de tweede opening van dit jaar, in mei is Almere geopend en Tilburg volgt eind oktober. Het netwerk van PostNL in Nederland bevat dan voor de start van de drukke feestdagenperiode in totaal 25 sorteercentra.    
 
Duurzaam gebouw  
Het nieuwe sorteercentrum in Dordrecht heeft het BREEAM-certificaat Outstanding, een keurmerk voor de meest duurzame gebouwen met minimale milieu-impact. Er wordt geen gebruik meer gemaakt van gas, er is geïnvesteerd in duurzame materialen en installaties (o.a. warmteterugwininstallaties en LED-verlichting). De zonnepanelen op het dak wekken ongeveer de helft van de elektriciteit op die nodig is voor het sorteren van alle pakketten op deze locatie. Een deel van de pakketten uit dit duurzame sorteercentrum wordt in de toekomst volledig uitstootvrij bezorgd met elektrische bestelbussen. Het pand is speciaal daarvoor voorzien van een slimme laadinfrastructuur voor het opladen van deze bestelbussen. PostNL streeft naar geheel COâ‚‚-vrije post- en pakketbezorging in 25 binnensteden in 2025 en een emissieloze last mile in heel de Benelux in 2030.  
Werkgelegenheid in Dordrecht
Deze nieuwe PostNL-locatie in Dordrecht maakt onderdeel uit van een netwerk dat uit in totaal 24 pakkettensorteercentra in Nederland en zes locaties in België bestaat. Vanuit deze locaties gaan de pakketbezorgers op weg om zeven dagen per week overal in Nederland en België pakketten te bezorgen. De locatie in Dordrecht biedt werkgelegenheid aan ongeveer 400 mensen in de regio en in nauwe samenwerking met de gemeente Dordrecht gaan hier zo'n 20 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk. Vanuit dit sorteercentrum worden pakketten bezorgd in de regio Dordrecht en Zwijndrecht.

  • 20 Augustus 2019 om 02:40

Nieuws van Ecomobiel

Op 8, 9 & 10 oktober 2019 vindt de 11e editie plaats van de vakbeurs Ecomobiel. De vakbeurs biedt ieder jaar praktische oplossingen om economischer en duurzamer om te gaan met mobiliteitsvraagstukken. Denk bijvoorbeeld aan manieren om energie- en brandstofkosten te verlagen, de ideale mobiliteitsmix samen te stellen, slimme organisatie van een wagenpark of betere doorstroming van verkeer door weggebruikers tijdig te informeren.

Masterclass: Duurzaamheid in de logistiek

Datum: 10-10-2019 van 10:15 - 12:30 in het Mobiliteitstheater over Stadslogistiek

10:15 uur Woord van welkom namens Vijfsterren Logistiek door Stuurgroeplid Michel van Dijk
10.20 uur Bart de Keuster van Van Kessel Olie
11.00 uur Lars Kool van Urban Mobility Systems
11.40 uur Herman Wagter van Topsector Logistiek
12.20 uur Afronding Masterclass door door Stuurgroeplid Michel van Dijk



Maatwerk bij het uitladen van Wakker's VW e-Golf in India

Wiebe Bakker reisde in 1222 dagen met een Volkswagen e-Golf naar Australië, met als eigenlijk reisdoel om de mogelijkheden van duurzame mobiliteit te laten zien en om anderen te motiveren om óók elektrisch te gaan rijden. Hij vertelt erover op de vakbeurs.

Op donderdag 10 oktober beleeft Zero Emission | Ecomobiel zelfs de primeur van zijn verhaal: voor het eerst vertelt hij voor publiek welke uitdagingen hij tegenkwam en welke lessen hij leerde en geeft hij zijn visie op de toekomst van elektrisch vervoer.

- Wat: Wiebe Bakker over Plug Me In (primeur!)
- Waar: Brabanthallen te Den Bosch, Mobiliteit Theater
- Wanneer: Donderdag 10 oktober, van 15:00 tot 16:00 uur

Zijn aangepaste elektrische VW Golf, de Blue Bandit, is tijdens de beurs op dinsdag en woensdag te bekijken in de centrale hal. Op donderdag bestaat van 10:00 tot 13:00 uur de mogelijkheid om er, met Wiebe als passagier, in te rijden op het Test & Drive parcours.

Meer informatie over het Plug Me In project staat hier. Aanmelden voor de lezing van Wiebe Wakker tijdens Zero Emission | Ecomobiel kan vanaf donderdag 1 augustus via deze website. Toegang tot zowel de lezing als de vakbeurs is gratis.



Alle oplossingen, integraal

De energietransitie raakt ons allemaal: bouw, installatie, industrie en mobiliteit. Alle oplossingen, integraal - in de Brabanthallen in Den Bosch.

  • 19 Augustus 2019 om 13:39

Innovestit Group neemt Stiply over

Innovestit Group, specialist in het automatiseren van financiële en administratieve back-office processen, kondigt de overname van Stiply aan, specialist in digitale handtekeningen. ‘Met Stiply komen we tegemoet aan de groeiende behoefte van onze klanten om administratieve lasten verder te verlichten en mogelijke fraude tegen te gaan. Stiply draagt daarmee bij aan compliancy en efficiëntere bedrijfsprocessen’, zegt Erik van Doorn, CEO van Innovestit.

Stiply is een digitale tool die helpt om digitale documenten, zoals overeenkomsten, , offertes en verklaringen, sneller te laten ondertekenen of direct een geldige incassomachtiging te verkrijgen. ‘Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de markt voor e-signatures sterk groeit. Volgens Allied Market Research zal in 2022 de wereldwijde markt een omvang bereiken van 3,44 miljard dollar’, zegt Erik van Doorn. ‘De acquisitie van Stiply voegt aanzienlijke waarde toe aan ons bestaande producten en dienstenportfolio en verstevigt ons onderscheidend vermogen in de Europese markt.’

Rechtsgeldigheid
Met Stiply sluiten bedrijven en instellingen eenvoudig rechtsgeldige overeenkomsten. Van elke transactie wordt een audit-trail vastgelegd als extra bewijs. Stiply zorgt ervoor dat documenten ondertekend retour komen zonder dat er een mens naar om hoeft te kijken. Dit werkt ook voor grote hoeveelheden documenten tegelijk (bulk). Kortom, een onmisbare app voor iedere Finance-, HR- of Sales-professional en organisaties die grote hoeveelheden te ondertekenen documenten verwerken. ‘Dat we nu onderdeel van InnovestIT Group worden zal onze ontwikkeling alleen nog maar versnellen, omdat we nu schaalvoordeel hebben en de kennis van de twee teams kunnen combineren’, zeggen oprichters René en Joost Kuhlmann van Stiply.

Strategische fit
CIC Corporate Integration Consultants begeleidde het volledige proces van verkoop, onderhandelen over de voorwaarden, verbinden van de diverse stakeholders, samenwerken met diverse specialisten tot en met de intensieve periode van due diligence en afronding van de diverse overeenkomsten. Bert Kroes jr., M&A-consultant bij CIC Corporate Integration Consultants: ‘Het was erg mooi om de strategische fit tussen de twee ondernemingen te zien. De sterk complementaire dienstverlening zorgt ervoor dat beide partijen een grote toegevoegde waarde creëren voor klanten en stakeholders.’

  • 19 Augustus 2019 om 12:49

Heijmans onderhoudt elektriciteitsstations voor Liander

Heijmans gaat voor netbeheerder Liander ruim 1.350 middenspanningsruimtes onderhouden en moderniseren in met name Noord-Holland. Daarvoor is een contract gesloten voor een bedrag van ruim €61 miljoen en een looptijd van 10 jaar. Door deze opdracht blijft Heijmans een belangrijke partner voor Liander in de energietransitie.

Netbeheerder Liander staat voor de grote opgave om de energietransitie in haar verzorgingsgebied mogelijk te maken en tegelijkertijd de energievoorziening op hoog niveau te houden. De overgang van fossiele naar duurzame energie vergt veel van het energienet. Zo zal er een verschuiving plaatsvinden naar meer decentrale opwekking (o.a. door windmolens en zonnepanelen) en meer elektriciteit verbruikt worden als alternatief voor aardgas doordat de vraag hiernaar in de toekomst afneemt. De komende jaren zullen de elektriciteitsnetten daardoor op tal van plekken moeten worden aangepast om de beschikbare capaciteit op orde te houden.

De komende tien jaar is Heijmans verantwoordelijk voor het onderhoud en moderniseren van ruim 1.350 middenspanningsruimtes in het westelijk deel van het verzorgingsgebied van Liander (Noord-Holland en het noorden van Zuid-Holland). Heijmans neemt daarvoor het ontwerp, realisatie en inbedrijfsname van deze stations voor zijn rekening en voert dit geheel zelfstandig uit.

De nieuwe ruimten zullen voldoen aan de laatste eisen en inzichten. Dit betekent onder andere dat de installaties slim en intelligent zijn, waardoor bijvoorbeeld op afstand storingen kunnen worden verholpen en het energienet op basis van de behoefte, dynamisch gebalanceerd kan worden.

  • 19 Augustus 2019 om 00:00

Miljoeneninvestering voor internationale groei RCCS

Het innovatieve waardetransportbedrijf RCCS heeft nieuw kapitaal aangetrokken voor de uitrol van zijn internationale groeiplannen. Bestaande aandeelhouders, waaronder investeringsfonds 5square en de nieuwe aandeelhouder ING Corporate Investments, investeren gezamenlijk een bedrag van bijna 10 miljoen euro in de onderneming. Met het geld kan de innovatieve waardetransporteur uit Waddinxveen de ingezette uitbreiding naar Duitsland en andere Europese landen versnellen.

In een markt waar traditioneel waardetransport nog altijd de norm is, heeft RCCS de vernieuwende SmartSafe ontwikkeld. Dat is een slimme kluis waarmee ondernemers veilig en snel hun contante geld kunnen afstorten. De retailer wordt volledig ontzorgd bij de afhandeling van cash. RCCS heeft als enige een gesloten concept ontwikkeld dat het afgestorte geld dankzij een geavanceerd beveiligingssysteem tegen inbraak en transport beschermt. Het geld staat binnen een dag op de bankrekening van de ondernemer bijgeschreven. De SmartSafe detecteert bovendien vals geld. RCCS voorziet steeds meer winkeliers van de SmartSafe, behalve in Nederland ook in Duitsland. Retailers halen zo feitelijk de bank naar hun eigen winkel. Naast de SmartSafe biedt RCCS in Nederland ook op beperkte schaal, maar wel landelijk dekkend, traditioneel waardetransport aan.

Enorme groei
Het afgelopen half jaar heeft RCCS een enorme groei doorgemaakt. Na het faillissement van SecurCash begin dit jaar heeft de onderneming honderden winkeliers en grootwinkelbedrijven als klant erbij gekregen. Belevering van de duizenden winkels betekent op jaarbasis zo’n 100.000 extra ritten. Behalve voor het traditionele waardetransport kiezen opvallend veel winkeliers voor de SmartSafes. Inmiddels staan er reeds duizenden in ons land, waarmee RCCS marktleider is. “De retail gaat massaal de totale cashafhandeling uitbesteden ter vervanging van traditioneel waardetransport. Enerzijds als gevolg van de dalende cashmarkt en anderzijds door behoefte aan veiligheid en kostenbesparing”, constateert directeur George Rietbergen.

ING Corporate Investments ziet het internationale potentieel van het SmartSafe-concept. Niet alleen in Nederland, maar ook in Europa is het bedrijf snel aan het groeien. “De SmartSafe is een innovatieve oplossing om contant geld af te storten”, aldus Rob Engelschman en Mathijs Henzen van ING Corporate Investments. “Als je alleen al naar Duitsland kijkt, zien we dat de contante geldmarkt nog altijd erg groot is. Zo’n tachtig procent van de transacties wordt daar afgehandeld in cash. Daarnaast maken ook in Duitsland de lokale banken een terugtrekkende beweging uit dorpen en steden, waardoor het voor ondernemers steeds moeilijker wordt om lokaal contant geld af te storten. De SmartSafe-oplossing biedt deze groep lokale ondernemers een veilig en efficiënt alternatief en daar is juist grote behoefte aan.”

Versneld uitrollen
De Waddinxveense waardetransporteur rolt de SmartSafes in hoog tempo uit bij onze oosterburen. Met de investering van bestaande aandeelhouders en ING Corporate Investments kan het concept versneld worden uitgerold. RCCS heeft recentelijk in verschillende Duitse deelstaten deals gesloten met enkele grote retailketens en retailers. In een eerder stadium werden al pilots gestart bij onder meer Domino’s Pizza, Subway en diverse tankstations.

In Duitsland wordt samengewerkt met VMWL, de overkoepelende organisatie van waardetransporteurs. In opdracht van RCCS verzorgt VMWL de transporten en het ‘servicen’ van de SmartSafes. “Wij sturen aan, zij voeren uit”, aldus directeur Rietbergen. Ook de grote banken, zoals de Sparkasse, wijzen hun klanten (winkeliers) actief op de slimme kluizen als alternatief voor de snelle afname van het aantal bankfilialen.

Bijzonder is dat RCCS met VMWL in Duitsland een vergunning heeft gekregen om met niet-gepantserde geldwagens te rijden. Rietbergen: “Alle andere transporteurs rijden met zwaar gepantserde voertuigen, maar door het hightech-beveiligingssysteem mogen wij rijden met zogeheten soft skin-wagens: lichte, maar niettemin zwaarbeveiligde voertuigen. Na Duitsland gaat RCCS het slimme kluizen-concept ook in andere Europese landen uitrollen. Daarover vinden momenteel vergevorderde gesprekken plaats.

  • 16 Augustus 2019 om 16:12

Merendeel organisaties gebruikt ERP-systeem en CRM blijft achter

74,8% van de Nederlandse organisaties maakt gebruik van ERP-systemen. In de manufacturing is dit zelfs 93,5%. CRM-systemen worden echter een stuk minder omarmd. Zo maakt 38,7% van de organisaties gebruik van een CRM-oplossing. Voor beide markten is SAP evenals vorig jaar marktleider, met een aandeel van 30,2% voor de ERP-markt en 27% voor de CRM-markt. Dit blijkt uit een marktanalyse van Smart Profile, specialist op het gebied van market intelligence, waaraan bijna 5.200 beslissers van Nederlandse organisaties met meer dan vijftig medewerkers deelnamen.

Er is een groot verschil in de ERP-penetratiegraad van de diverse branches. De gezondheidszorg liet vorig jaar een grote groei zien in het gebruik van ERP-systemen, maar scoort met 55,8% nog altijd het laagst. In de sector manufacturing (93,5%) en wholesale & retail (92,1%) liggen de percentages aanzienlijk hoger. Grootste stijger was de sector onderwijs, met een verschil van 4,5 procentpunt ten opzichte van 2018. In de bouwsector nam het gebruik van ERP-systemen juist af met 5 procentpunt.

 

ERP op eigen locatie populairst
In 2011 draaide 59,4% van de ERP-software op de eigen locatie, in 2019 is dit nog maar 35,9%. Desondanks is dit nog altijd de populairste oplossing. Hosted komt op de tweede plek met 29,4%, remote (ERP-systeem op een zuster- of moederlocatie in Nederland of in het buitenland) heeft een aandeel van 24% en 17,6% kiest voor ERP in de cloud. Cloud gebruik is daarmee een stuk populairder in Nederland dan in België, waar slechts drie procent van de organisaties het ERP-systeem in de cloud zet.
Waar local en remote een dalende lijn laten zien, zitten de categorieën hosted en cloud juist in de lift. Van 2011 tot 2017 steeg het gebruik van een hosting partner voor ERP erg snel. De laatste jaren stagneert de groei in hosting, terwijl ERP uit de cloud juist flink blijft groeien.

Er zijn duidelijke verschillen te zien bij de sectoren in waar zij de software hosten. Multinationals geven voornamelijk de voorkeur aan remote draaien van ERP-software. Bij (semi-)overheidsinstellingen is het aandeel hosted het grootst. Bij nationale en middelgrote ondernemingen draait het merendeel de ERP-software lokaal.

 

SAP blijft leider in ERP
Het is geen verrassing dat SAP de ranglijst van ERP-vendoren aanvoert. Al jaren laat het de concurrentie in Nederland achter zich. Ook in 2019 is SAP het meest gebruikte ERP-systeem, met een aandeel van 30,2 procent. Microsoft komt, met een ruime afstand van 11,4 procentpunt, op de tweede plek met een aandeel van 18,8 procent. Derde is Exact met een aandeel van 12,9 procent.
SAP is vooral geliefd bij multinationals: 67,9% geeft de voorkeur aan dit systeem. In het publieke domein doet het echter onder voor AFAS, deze vendor heeft hier met 25,1% het grootste aandeel (SAP 20,3% ). Microsoft is op zijn beurt favoriet bij organisaties met 50 tot 250 medewerkers en organisaties met 250-500 medewerkers.


 

Gebruik CRM-systemen neemt licht toe
Smart Profile onderzocht ook de Nederlandse CRM-markt. Hieruit blijkt dat in totaal 38,7 procent van alle Nederlands bedrijfslocaties met 50 of meer medewerkers CRM-software gebruikt. Dit is een toename van 0,8 procentpunt ten opzichte van vorig jaar. Onder overheidsinstellingen nam het gebruik van dergelijke systemen afgelopen jaar het hardst toe: van 24,1% naar 35,6%. De penetratiegraad is veruit het hoogst in de sector ICT & Utilities (60,1%). Hoewel de sector onderwijs een lichte stijging (+1,9 procentpunt) laat zien, is de CRM-penetratiegraad hier het laagst: 16,6%.
 


Toename CRM in de cloud
Het onderbrengen van het CRM-systeem in de cloud is het afgelopen jaar flink toegenomen, met een stijging van maar liefst 9,4 procentpunt. Opvallend is dat deze trend wel zichtbaar is in België (met een stijging van 5,9 procentpunt), in tegenstelling tot ERP in de cloud. In Nederland neemt cloud hosting met een aandeel van 38,3% nu voor het eerst een leidende positie in. 28,9% kiest ervoor de CRM-software onder te brengen bij een hostingpartner. 24,2% kiest voor on premise 24,2% en 21% voor remote. De cloud is vooral in trek bij multinationals en nationale ondernemingen. (semi-)overheidsinstellingen verkiezen vaker een hostingpartner en middelgrote bedrijven houden hun CRM-oplossing liefst on premise.
 


27% kiest CRM van SAP
Net als bij ERP-oplossingen voert SAP ook de lijst aan als het gaat om CRM-systemen; 27 procent van de organisaties kiest voor SAP. Overigens stijgt Microsoft harder met 3,1 procentpunt (versus 1,7 procentpunt groei voor SAP), maar blijft het aandeel steken op 23,1%. Salesforce neemt met 17,8% de derde plek in.
CRM-software van SAP is met name geliefd onder multinationals, waar het aandeel maar liefst 50% is. In andere segmenten moet het Microsoft voor zich dulden. In het segment middelgrote ondernemingen krijgt SAP zelfs pas een vierde plaats.

  • 16 Augustus 2019 om 16:06

Benchmark van ruimte- en werkplekbeheersoftware

Vastgoedbeheer focust meer en meer op de gebouwgebruiker. In deze context heeft het onafhankelijke onderzoeksbureau Verdantix onlangs een nieuwe bench uitgebracht. Het biedt een leidraad voor besluitvormers inzake vastgoed en gebouwen die op zoek zijn naar software voor ruimtebeheer, werkplekservices en het welzijn van de gebruikers.

Spacewell, leverancier van FMIS en Smart Building, behoort tot de best scorende leveranciers in de categorie 'algemeen' en in elk van de drie afzonderlijke analysecategorieën in de Verdantix-benchmark.
Het bedrijf is opgenomen in de selecte lijst van leveranciers die uitblinken in analytisch vermogen voor ruimtebeheer, trendanalyse via meerdere maatstaven en het gebruik van gegevens van sensornetwerken. Spacewell behoort ook tot de top van de wereldwijde leveranciers die een uitgebreide oplossing bieden om flexibele werkomgevingen te bevorderen. Ze reiken tools aan om een adequate verhouding tussen bureaus en personeel te bepalen en eenvoudig ruimtes te reserveren via mobiele apps en gebruiksvriendelijke digitale kioskinterfaces.

Tot slot eindigde Spacewell ook bij de beste drie op het gebied van welzijn van de gebruikers. Spacewell haalde deze topscore dankzij zijn oplossing, die op basis van sensorgegevens over vochtigheid, CO2 en temperatuur, automatisch waarschuwingen of regelgestuurde werkverzoeken triggert volgens vooraf ingestelde kwaliteitsparameters.

ʺUit de Productbenchmark over ruimte- en werkplekbeheersoftware van 2019 blijkt duidelijk dat Spacewell sterke functionaliteit biedt op het gebied van ruimtebeheer, werkplekservices en welzijnsanalyse", zegt Ibrahim Yate, Industrieanalist bij Verdantix. "Spacewell biedt uitgebreide analyses voor inzicht in het ruimtegebruik en de trends op het gebied van gebruikerscomfort. Bovendien kan het raakpunten met de bestaande IT-infrastructuur van klanten beperken om de implementatie te versnellen en vergemakkelijkt het de invoering van flexibele werkomgevingen.”

Onderzoeksmethodologie
Het onderzoek analyseert de kenmerken en functionaliteit van vijftien FMIS- en acht gespecialiseerde leveranciers, door middel van een gestandaardiseerd benchmarkingproces. De leveranciers moesten hierbij een beoordelingsvragenlijst invullen, voorbeelden geven van klanten die hun software gebruiken en een live productdemo uitvoeren.

  • 16 Augustus 2019 om 00:00

Vijf fabels over het hergebruiken van software

De handel in gebruikte software is niet nieuw, maar ook nog steeds niet echt gemeengoed. Door de populariteit van SaaS-oplossingen lijkt de tweedehandsmarkt op de achtergrond te raken. En dat terwijl de inzet van gebruikte software bedrijven tot 70 procent van hun jaarlijkse IT-kosten kan besparen. Guus Derckx, Managing Director bij Relicense Benelux, weerlegt de vijf meest gehoorde fabels over gebruikte software en adviseert hoe bedrijven kunnen profiteren van de aan- en verkoop van tweedehands licenties.

Fabel 1: Tweedehands licenties zijn ‘afdankertjes’
Waar een nieuwe auto zijn waarde al verliest zodra hij de garage uitrijdt, blijven gebruikte licenties gewoon hun werk doen. Ze zijn net zo functioneel als ze waren toen ze werden aangeschaft en bieden hetzelfde voordeel als de traditionele on-premise licenties. Zo gaat de software ook gewoon mee in de normale support levensloop van Microsoft, maar dan tegen veel lagere kosten.

Fabel 2: De handel in gebruikte software is juridisch omstreden
De aan- en verkoop van tweedehands softwarelicenties is volledig legaal – het is in Europa duidelijk geregeld en zowel door het Hof van Justitie als door het Federaal Gerechtshof erkend. Het is belangrijk dat de afgelegde weg van de gebruikte software voor de tweede koper - op basis van volledige documentatie - naadloos kan worden getraceerd en dus bruikbaar is voor deze koper. Bedrijven die besluiten softwarelicenties aan te schaffen op de tweedehands licentiemarkt moeten deze documentatie erbij krijgen.

Fabel 3: Mijn bedrijf is te klein/te groot om te profiteren van gebruikte software
De grootte van een bedrijf is niet relevant bij de keuze voor gebruikte software. Bedrijven van elke omvang kunnen met tweedehands licenties grote besparingen – van 50 tot wel 70 procent – van hun IT-budget realiseren. Al vanaf tien licenties is de keuze voor gebruikte software de moeite waard.

Fabel 4: Gebruikte softwarelicenties hebben geen patches en beveiligingsupdates
Updates worden altijd verstrekt tot de end-of-life periode, oftewel de ‘houdbaarheidsdatum’ van software. Zo hoeft niet altijd de nieuwste softwareversie te worden gebruikt; wanneer je als bedrijf kiest voor een versie onder de laatste versie – die nog lang mee kan – kun je flink op de aankoopwaarde besparen. En je levert niets in op functionaliteit, prestaties en veiligheid.

Fabel 5: De toekomst van software ligt in de cloud
Steeds meer bedrijven gaan in de cloud en maken gebruik van SaaS-oplossingen. Maar een cloud-licentiestrategie is niet voor elk bedrijf de beste keuze. Daarnaast hebben de meeste bedrijven een complex systeemlandschap van on-premise en cloudoplossingen. Gebruikte licenties kunnen ook worden gebruikt voor on-premise oplossingen, vooral Office. Basisdiensten zoals Exchange, OneDrive en Teams kunnen daarentegen in de cloud worden aangeschaft. Dit hybride model bespaart bedrijven 50 tot 60 procent aan licentiekosten.

Derckx licht het als volgt toe: “De realisatie dat het echt niet altijd nodig is om de nieuwste software op de markt te gebruiken, kan bedrijven een hoop geld en tijd besparen. Wanneer een licentiestrategie exact wordt afgestemd naar behoefte en IT-planning op lange termijn, blijkt het bijwerken van de licenties zonder automatisch over te gaan op de nieuwste versie vaak voldoende. Daarbij zijn oudere versies volwassener, is hun platform stabieler en dus compatibel met een groter aantal toepassingen.”

  • 15 Augustus 2019 om 00:00

CWS verstevigt positie in de Benelux met overname Vendor van Egeria

CWS Group, leverancier van totaaloplossingen op het gebied van Sanitaire Hygiëne, Vloerverzorging, Bedrijfskleding, Fire Safety, Cleanrooms en Healthcare neemt Vendor, leverancier van hygiëne-oplossingen, over van investeringsmaatschappij Egeria. De bedrijven, die vandaag de overeenkomst hebben getekend, verwachten de transactie begin september te kunnen afronden. Financiële details worden niet bekendgemaakt. De transactie is onder voorbehoud van goedkeuring door de mededingingsautoriteiten. De CWS Group verstevigt met deze acquisitie haar leidende positie in de Benelux.

Vendor realiseerde in 2018 met 195 medewerkers een omzet van ongeveer 40 miljoen euro. Het bedrijf was onderdeel van Egeria’s Evergreen Private Equity Fund. Vendor is toilethygiëne specialist en biedt een full-service dienstverleningsconcept aan in diverse marktsegmenten, waaronder industrie, logistiek, leisure en onderwijs. Vendor bedient vanuit haar hoofdkantoor in Tilburg en met eigen vestigingen in Nederland, België, Duitsland en Zwitserland een groot deel van de Europese markt. Het bedrijf exporteert haar producten daarnaast wereldwijd.

Innovatief en duurzaam
Als aanbieder met zes oplossingsgebieden heeft CWS een overkoepelende visie: de toekomst gezonder en veiliger maken. Vendor is met een vergelijkbaar businessmodel een waardevolle toevoeging aan de CWS Group. Vendor zal de komende jaren stapsgewijs worden geïntegreerd in de CWS Group, waarbij diensten en logistiek, evenals het productaanbod van de twee organisaties worden samengevoegd. Voorlopig worden geen veranderingen verwacht voor klanten en leveranciers. “Vendor is als innovatief en duurzaam hygiënebedrijf voor ons een ideale aanvulling in de Benelux, wat voor ons strategisch een belangrijke markt is. Wij kijken ernaar uit om onze klanten in de toekomst de beste diensten en producten van beide ondernemingen te kunnen bieden”, aldus Frank Reisgies, General Manager Hygiene Core van de CWS Group.

Marktleiderschap en visie
CWS zet zich in voor een gezondere en veiligere toekomst, waarbij het merk de hoogste standaarden nastreeft. Hiervoor biedt de onderneming innovatieve, duurzame en digitale huuroplossingen die bijdragen aan de gezondheid en veiligheid van klanten en hun werknemers. “De overname van Vendor past in onze strategie om vanuit één enkele aanbieder de best denkbare oplossingen voor een betere hygiëne en veiligheid te bieden aan de gehele Europese markt”, aldus Jürgen Höfling, CEO van CWS Group. “Wij zien op dit moment juist in de Benelux grote kansen omdat bedrijven steeds meer waarde hechten aan outsourcing en duurzaamheid. Wij hopen dan ook dat deze overname zich zal vertalen in een aanzienlijke en duurzame groei in de regio.”

Volgens Egbert Prenger van investeringsmaatschappij Egeria heeft Vendor met CWS een uitstekende partner gevonden om een succesvolle toekomst te waarborgen: “Vendor maakte sinds 2000 onderdeel uit van Egeria en sinds 2006 van Egeria’s Evergreen Private Equity Fund. Gedurende de 19 jaar onder Egeria’s aandeelhouderschap heeft het bedrijf zich ontwikkeld van een lokale producent en dealer van toilet- en hygiëne-artikelen tot een internationale service organisatie. We zijn trots dat we het bedrijf samen met het management gedurende deze lange periode succesvol hebben kunnen ontwikkelen.”

Productinnovatie voor een betere gezondheid
CWS Group ziet in de innovatieve productoplossingen van Vendor een waardevolle toevoeging voor haar kernactiviteiten, de IQ handdoekautomaat voor sanitaire ruimtes met een hoog bezoekersaantal van Vendor is daar een voorbeeld van. Deze innovatieve dispenser doseert op een slimme manier het gevouwen papier als een continue rol, waardoor er geen afval achterblijft in de toiletruimte. Daarnaast is Vendor gecertificeerd op het hoogst mogelijke niveau van de MVO-prestatieladder met betrekking tot de duurzaamheid van haar producten en diensten. Sabine Thuysbaert, CEO van Vendor, legt uit: “Steeds meer bedrijven houden rekening met duurzaamheid en kiezen voor een langdurige samenwerking met één serviceprovider, vooral in de Benelux. We zijn ervan overtuigd dat we door het bundelen van onze krachten nieuwe kansen creëren voor alle betrokken partijen.”

  • 14 Augustus 2019 om 00:00

Atos ontwikkelt privacybestendig sociaal platform

Atos neemt actief deel aan HELIOS: een driejarig onderzoeks- en innovatieproject dat wordt gefinancierd door de Europese Commissie als onderdeel van het H2020-programma. Dit programma is gericht op de ontwikkeling van een nieuwe-generatie gedecentraliseerd sociaal netwerk dat de privacy van en vertrouwelijkheid voor alle gebruikers waarborgt. HELIOS biedt ontwikkelaars bovendien de ruimte om snel en eenvoudig extra social media-functionaliteiten te creëren die resulteren in lagere ontwikkelkosten en zo weinig mogelijk complexiteit.
 
Het HELIOS-project heeft tot doel een nieuwe-generatie, peer-to-peer social media-netwerk te ontwikkelen en valideren, met een op blockchain gebaseerde architectuur als ruggengraat. Deze infrastructuur faciliteert de democratisering van de productie van user-generated content, evenals de promotie en het ten gelde maken hiervan overeenkomstig met ethische beginselen en wettelijke vereisten.

In een tijd waarin zich verschillende grote schandalen hebben voorgedaan die een relatie hebben met de integriteit van persoonlijke en vertrouwelijke data moet HELIOS een omgeving creëren waarin gebruikers de volledige regie behouden over hun privacy en het eigenaarschap van de content die zij delen. Hiervan is geen sprake als zij gebruikmaken van reguliere social media-platforms.

In samenwerking met vijftien partners1, waaronder vooraanstaande universiteiten en onderzoekscentra uit alle delen van Europa, zet Atos haar expertise op het gebied van digitale transformaties in. Dit doet zij met de ambitie een robuust platform te ontwikkelen dat is gebaseerd op een open-source en modulaire aanpak en een peer-to-peer architectuur met het oog op een hoge schaalbaarheid. Dit maakt ook de weg vrij voor het snel en eenvoudig toevoegen van nieuwe sociale netwerk-functionaliteiten aan HELIOS.

Atos is verantwoordelijk voor de ontwikkeling, productie en integratie van een 360° video die gebruikers een bijzondere beleving moet bieden, onder meer doordat het de bewegingen volgt die zij met hun apparatuur maken. Deze video kan worden gestreamd en de manier van distributie volgt het peer-to-peer model: gebruikers die 100 procent controle hebben over de content die zij ontwikkelen, kunnen hun video’s delen met wie zij willen en hiervoor enige financiële compensatie ontvangen.

Atos neemt ook deel aan de ontwikkeling van een aantal technische activiteiten: van het beheer en coördineren van specifieke vereisten waaraan technologie moet voldoen tot de ontwikkeling van systeemmodules en systeemintegratie. Dit doet zij met als doel een succesvolle uitrol in Europa mogelijk te maken.

  • 14 Augustus 2019 om 00:00

FC Utrecht verlengt samenwerking met Sharp

FC Utrecht heeft de samenwerking met Sharp Electronics Benelux met vijf jaar verlengd. De samenwerking tussen de partijen begon in 2014 en houdt dankzij de verlenging in elk geval aan tot medio 2024. Sharp fungeert hierin als printing partner van de voetbalclub.

Als printing partner van FC Utrecht verzorgt Sharp alle print-gerelateerde werkzaamheden bij de club. Het gaat daarbij om de werkzaamheden op de kantoren in Stadion Galgenwaard en bij trainingscomplex Zoudenbalch. Onderdeel van de samenwerking is ook Sharp’s lidmaatschap van FC Utrecht: het bedrijf heeft toegang tot meerdere businessseats in de businesslounge van Stadion Galgenwaard.

Joost Broerse, commercieel directeur van FC Utrecht: “Sharp heeft de afgelopen vijf jaar laten zien dat het bewezen kwaliteit levert en meedenkt over oplossingen voor nu en in de toekomst. Daar zijn we erg tevreden over. In de toekomst zijn we van plan over te stappen op een cloudoplossing, waarvoor we Sharp, ook mede dankzij het enthousiasme dat het toont voor onze voetbalclub, graag weer aan onze zijde willen hebben.”

Peter Hoorn, managing director van Sharp: “Ik ben erg blij dat we de relatie met FC Utrecht dankzij deze verlenging kunnen voortzetten. Inmiddels zijn we erg betrokken geraakt bij deze voetbalclub. En sinds we met ons kantoor van Houten naar Utrecht zijn verhuisd, is die band alleen maar sterker geworden. De samenwerking is een win-winsituatie, wij kunnen zakelijke relaties meenemen naar het stadion, terwijl de club profiteert van onze actieve bijdrage op het gebied van documentoplossingen.”

  • 13 Augustus 2019 om 00:00

Zakelijke rijder gaat het liefst met zijn leaseauto op vakantie

Met de leaseauto op vakantie is de 3e belangrijkste reden waarvoor een leaseauto gebruikt wordt. Op plek 1 en 2 staan respectievelijk familie/vrienden bezoeken en winkelen/boodschappen doen. Vanwege de vakantieplannen met de leaseauto is het trekgewicht van een leaseauto een belangrijke aanschafcriteria voor zakelijke rijders.



De leaseauto(zakenauto) is voor veel zakelijke rijders een belangrijke secundaire arbeidsvoorwaarde. Maar liefst 88% van de zakelijke rijders gebruikt de zakenauto ook privé (betaalt bijtelling). Daarbij staat het vakantiegebruik met de zakenauto (met 68%) op de derde plaats. Familie/vrienden-bezoek is het belangrijkste privé-doel voor de zakenauto (82%). Winkelen/boodschappen doen is voor 70% van de zakelijke rijders belangrijk.

Het is geen verrassing dat de zakelijke rijder, die zijn zakenauto bijtelt, het liefst met de zakenauto op vakantie gaat. Maar dat het met 68% het derde belangrijkste privé-doel is, is wederom een bevestiging dat de zakenauto onderdeel is van de gezinsmobiliteit.

Trekgewicht blijft belangrijk
Het trekgewicht van een auto is een belangrijke factor bij het kiezen van een nieuwe zakenauto. Voor 12% van de zakelijke rijders was het trekgewicht zelfs de belangrijkste reden om voor de huidige zakenauto te kiezen.

Van het huidige aanbod elektrische auto’s zijn er slechts drie modellen die een trekgewicht van meer dan 1.500 kg hebben, en dus gemakkelijk bijv. een caravan kunnen trekken. Dat zijn de Audi E-tron (1.800 kg), Mercedes-Benz EQC (1.800 kg) en Tesla Model X (2.268 kg). Een hoog trekgewicht zorgt voor een grote praktische inzetbaarheid en mede daardoor heeft de Tesla Model X vorig jaar de EV van het Jaar 2019 verkiezing gewonnen.
 
Als je met je zakenauto op vakantie gaat, dan moet je je wel anders voorbereiden, dan met je privéauto. Bijvoorbeeld: mag je met je zakenauto op vakantie van je werkgever / de leasemaatschappij? Heb je een brandstofpas om in het buitenland te tanken of kun je je brandstofkosten met je bijtelling verrekenen. Waar kun je allemaal elektrisch laden in het buitenland? Meer vakantie-tips vind je hier.

*VZR-onderzoek “Wat beweegt de zakelijke rijder?”

  • 13 Augustus 2019 om 00:00

Bronzen Medaille voor NL op Internationale Informatica Olympiade

Het Nederlandse team van de Informatica Olympiade heeft deze week een bronzen medaille gewonnen op de Internationale Informatica Olympiade in Bakoe, Azerbeidzjan. Scholier Marco Meijer scoorde genoeg punten om brons in de wacht te slepen.

De Internationale Informatica Olympiade (IOI) vond van 4 tot 11 Augustus plaats in Bakoe, Azerbeidzjan. Dit jaar deden er 88 landen met 327 deelnemers mee. Tijdens de wedstrijd kregen de leerlingen zes opgaven, verdeeld over twee wedstrijddagen van vijf uur elk. De opgaven vereisten kennis van algoritmen die de deelnemers moesten implementeren. De individuele resultaten zijn als volgt:

• Bronzen medaille — Marco Meijer, 301,53 punten (16 jaar, Loppersum , 5 havo, Gomarus College).
• 240e — Gijs Penning, 170,95 punten (18 jaar, Waalre , 6 vwo, Huygens Lyceum Eindhoven).
• 247e — Annejan van den Dool, 164 punten (17 jaar, Groningen , 6 vwo, Gomarus College).
• 269e — Charlie van Diepen, 132,33 punten (18 jaar, Nijmegen , 6 vwo, Stedelijk Gymnasium Nijmegen).

Bij de wedstrijd kregen 28 deelnemers een gouden medaille, 54 deelnemers een zilveren medaille en 81 deelnemers een bronzen medaille.

De Nederlandse scholieren zijn gekozen uit de beste deelnemers aan de Nederlandse Informatica Olympiade (NIO). De NIO wordt ieder jaar georganiseerd door de Stichting Informatica Olympiade. Alle Nederlandse middelbare scholieren kunnen meedoen aan de NIO. In drie rondes worden de deelnemers van het team dat Nederland vertegenwoordigt gekozen. Voormalige deelnemers zijn later vaak terug te vinden als hoogleraar, ondernemer of uitvinder.

Het Nederlandse team werd dit jaar begeleid door teamleider Eljakim Schrijvers ( Bussum ) en deputy leader Bouke van der Bijl ( Utrecht ).

Eljakim Schrijvers is al 26 jaar betrokken bij de Internationale Informatica Olympiade en is voorzitter van de NIO en penningmeester van de IOI. Daarnaast is hij onder meer de host van de live uitzendingen tijdens de wedstrijddagen. Voor zijn wereldwijde verdiensten voor de internationale olympiade ontving hij dit jaar de Distinguished Service Award .

Bouke van der Bijl is voormalig deelnemer van de internationale olympiade en heeft daar twee keer brons gewonnen.


  • 12 Augustus 2019 om 19:42

Op reis? Voorkom fouten met je out-of-office-reply

Geen enkele online-activiteit is alledaags of onschuldig genoeg om de aandacht van cybercriminelen te ontkomen. Zelfs iets eenvoudigs als een out-of-office-reply kan door kwaadwillenden misbruikt worden. Cybersecurity-specialist Proofpoint heeft daarom drie tips opgesteld die helpen om misbruik van out-of-office-replies te voorkomen.

Tip #1: Geef zo weinig mogelijk details
Houd bij het opstellen van je out-of-office-reply rekening met wat mensen écht moeten weten over je afwezigheid. De reden is simpel: Iedereen die je e-mailadres achterhaalt, kan je een bericht sturen als je niet op kantoor bent. Misschien heb je er geen probleem mee dat je naaste collega's weten dat je twee weken op vakantie en het land uit bent. Maar wat als je bericht zou worden verstuurd naar een cybercrimineel die probeert gegevens van jou of je organisatie te stelen?

Indien mogelijk is het beter om de volgende informatie niet te delen in afwezigheidsberichten:

  •     Zakelijke telefoonnummers van jezelf, je baas en andere collega's
  •     Persoonlijke mobiele nummers
  •     Namen, titels en e-mailadressen van andere leden van je organisatie
  •     Concrete data en details over je afwezigheid


Bijvoorbeeld, in plaats van het volgende bericht:

“Ik ben tot het einde van de maand niet op kantoor in verband met de XYZ-conferentie. Voor dringende zaken, neem contact op via mijn mobiele nummer 063-456-7890, of neem contact op met onze controller, Maria de Jong, via mdejong@mijnbedrijf.nl of 412-555-1234, x111.”

…zou je dit bericht kunnen overwegen:

“Ik ben momenteel niet op kantoor. Als je een dringende kwestie hebt, kun je me bereiken op mijn mobiele nummer of contact opnemen met een collega van mijn afdeling via het nummer van ons hoofdkantoor. Anders zal ik je bericht zo snel mogelijk beantwoorden.”

Beide berichten geven genoeg informatie zodat de afzenders eventueel actie kunnen ondernemen. Onbekende afzenders, waaronder die met ongewenste of kwaadwillende verzoeken, zullen slechts minimale bruikbare informatie ontvangen.

Tip #2: Stel aparte berichten op voor interne en externe ontvangers
Met sommige e-mailtools kan je de out-of-office-reply afstemmen op de bron van het inkomende bericht. Profiteer zoveel mogelijk van deze optie. Het is veiliger om de naam van een collega of een intern telefoonnummer te vermelden in berichten die naar mensen binnen je organisatie gaan. Geef echter geen persoonlijke informatie door, zoals de mobiele nummers van jezelf of je collega's.

Bij berichten naar externe ontvangers moet tip 1 als leidraad dienen: Geef zo weinig mogelijk details. Als je zelden (of nooit) hoog urgente zaken afhandelt met externe bronnen, overweeg dan om geen out-of-office-reply in stellen voor deze groep, vooral als je afwezigheid kort zal zijn.

Tip #3: Regel de noodzakelijke dingen voordat je gaat
Vertrouw er niet op dat out-of-office-berichten voldoende richting geven aan collega's (zowel intern als extern) waar je het vaakst mee werkt. Dit is vooral belangrijk als je betrokken bent bij een goedkeuringsproces voor gevoelige of bedrijfskritische activiteiten zoals:

  •     Verzoeken tot of autorisaties van overschrijvingen of facturaties
  •     Verstrekking van informatie over regelgeving, wetgeving, belastingen of persoonlijke gezondheidszorg
  •     Uitwisselingen van vertrouwelijke gegevens of intellectuele eigendommen


Identificeer voordat je weggaat mensen die waarschijnlijk contact met je zullen opnemen in verband met urgente zaken. Vertel hen waar je naartoe gaat, via welk nummer ze je in noodgevallen kunnen bereiken en hoe de processen binnen je bedrijf eruit zullen zien. Informeer hen ook over je voornemens tijdens het reizen (bijvoorbeeld of je van plan bent om regelmatig/af en toe e-mail te checken, of dat je van plan bent om je volledig af te sluiten van werk-gerelateerde activiteiten).

Informeer ook geschikte personen - en, indien nodig, het IT-team - die je op de hoogte brengen van verzoeken met betrekking tot financiële transacties of de overdracht van gevoelige gegevens terwijl je weg bent. En vergeet niet: of je nu op reis bent of niet, communicatie en acties met betrekking tot deze activiteiten moeten altijd goed worden gecontroleerd. Het is beter om dit persoonlijk te doen dan enkel via e-mail.

  • 12 Augustus 2019 om 19:37

Koppeling Easy Systems en QicsTime voor elektronisch factureren

Er is nu een koppeling beschikbaar tussen QicsTime (urenregistratie en facturatie) en de e-facturatie software Easy Exchange van Easy Systems. Deze koppeling maakt het mogelijk om facturen vanuit QicsTime via het Europese e-facturatienetwerk (PEPPOL) in de elektronische postbus van de ontvanger af te leveren.

Alle aanbestedingsplichtige organisaties (zoals decentrale overheden) moeten per 18 april 2019 elektronische facturen kunnen ontvangen en verwerken. Deze e-facturen dienen te voldoen aan de Europese Norm (EN16931) en de Nederlandse SI-UBL standaard. Door de koppeling tussen QicsTime en Easy Exchange, kunnen klanten die vanuit QicsTime factureren hieraan voldoen.

In QicsTime kan per debiteur aangegeven worden op welke manier hij/zij de factuur wil ontvangen. Eén van de keuzes is het versturen van de factuur via het PEPPOL Access Point van Easy Systems. Door deze optie te selecteren, ontvangt de debiteur op een snelle en bovenal veilige manier een volledig elektronische factuur, welke vervolgens elektronisch verwerkt kan worden in de boekhouding.

  • 9 Augustus 2019 om 00:00

Cyber Alliance Programm van Mimecast

Interoperabiliteit en data-uitwisseling tussen securityleveranciers is essentieel voor de verhoging van de digitale weerbaarheid van organisaties. Daarom introduceert Mimecast het Cyber Alliance Program, een nieuw programma gericht op het creëren van een ecosysteem van securityvendoren die complementair zijn aan elkaar.

Het gemiddelde bedrijf gebruikt tientallen verschillende securityoplossingen. Als de vendoren data over bedreigingen, kwaadaardige code en aanvalsvectoren met elkaar delen, worden hun producten effectiever en is de klant extra goed beschermd. Dit is het uitgangspunt van het Cyber Alliance Program. Het programma is opengesteld voor een select aantal leveranciers van security- en cyberresilience-oplossingen. Deelnemers moeten aan enkele criteria voldoen en interesse hebben om hun technologie via open API's te integreren in het platform van Mimecast.

Klanten kunnen nu al profiteren van het Cyber Alliance Program door hun (geplande) investeringen in security te optimaliseren. Ook vermindert het programma administratieve lasten en krijgt de klant direct een dieper inzicht in geavanceerde bedreigingen. Cyber Alliance Partners kunnen effectiever met Mimecast samenwerken aan integraties dankzij API's en gezamenlijke go-to-market-initiatieven.

  • 8 Augustus 2019 om 00:00
โŒ