[Contact]

Nieuwskop.nl Nieuwskoppen Nederland

πŸ”’
❌ Over FreshRSS
Er zijn nieuwe artikelen beschikbaar, klik om de pagina te vernieuwen.
OuderMedia Report

Geen auteursrecht op β€˜haters gonna hate’ – Taylor Swift wint zaak over β€˜Shake it off’

Door Eva Vermeulen

Taylor Swift komt voor de tweede keer in de rechtbank onder een beschuldiging van plagiaat uit. De zin: ‘All the players gonna play, play, play, play, play, and all the haters gonna hate, hate, hate, hate, hate’ in haar wereldberoemde nummer “Shake it off”, wekte wederom argwaan bij een collega- songwriter. Waar Swift eerder door Jesse Graham werd aangeklaagd omdat ze volgens hem de tekst van zijn nummer ‘Haters gone hate’ uit 2013 had gestolen, beklagen nu
Sean Hall en Nathan Butler zich over precies diezelfde lyrics. De tekstschrijvers van nummers voor onder andere Justin Bieber en de Backstreetboys schreven in 2001 een nummer met de titel ‘Playas Gon’ Play’ voor 3LW, een Amerikaanse meidengroep. Het refrein van dit nummer luidde: ‘Playas they gonna play, and haters they gonna hate’. Volgens Hall en Butler waren zij de eersten die deze woorden in combinatie met elkaar gebruikten in 2001.

Maar daar dacht de Amerikaanse rechter Michael Fitzgerald anders over. Het gebruik van de woorden ‘player’ en ‘hater’ samen is –ook in het jaar 2001-  zo ingeburgerd in de Amerikaanse cultuur, dat het concept geen bescherming onder de Copyright Act geniet. De rechter geeft Taylor Swift dus gelijk, maar is over het werk van beide partijen niet erg complimenteus. Volgens hem is het gebruik van de woordencombinatie eerder ´banaal´ dan ook maar een beetje creatief of origineel, waardoor het geen auteursrechtelijke bescherming kan genieten.

Sean Hall en Nathan Butler laten het er niet bij zitten en gaan in hoger beroep. Volgens hen had rechter Fitzgerald zich moeten laten inlichten door een muziekexpert, in plaats van zelf te oordelen over de originaliteit van de tekst.

EHRM: boete voor advertentie in strijd met recht op vrije meningsuiting

Door Michael Bacon

Een Litouws kledingbedrijf, Sekmadienis Ltd. plaatste onlangs een drietal advertenties voor hun nieuwe kledinglijn. Ze verschenen op straat in Vilnius en op de website van de designer. Op de advertenties zijn steeds een man met een spijkerbroek en ontbloot bovenlijf en/of een vrouw met een witte jurk te zien. Beiden hebben een aureool om hun hoofd. Onder de advertentie met de man staat de tekst ‘Jezus, what trousers!’. Onder de advertentie met de vrouw: ‘Dear Mary, what a dress!’. Op de derde advertentie zijn ze allebei te zien en is het onderschrift: ‘Jezus and Mary, what are you wearing!’.

De Litouwse consumentenrechtenautoriteit kreeg hierover ongeveer honderd klachten van burgers die deze uitingen respectloos vonden en legde het kledingbedrijf op grond van de Litouwse Reclamewet een boete op van €580 wegens strijd met de openbare zeden. Zowel de Regional Administrative Court als de Supreme administrative Court  in Litouwen hielden deze beslissing in stand. Daarop startte het kledingbedrijf een procedure bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, waarin zij onder meer betoogde dat de boete een ontoelaatbare beperking van haar recht op vrije meningsuiting betrof.

In een uitspraak van 30 januari 2018 geeft het EHRM het kledingbedrijf daarin gelijk. De advertenties komen het Hof niet onnodig grievend voor en hoewel het beschermen van de publieke moraal en de rechten van religieuze burgers een legitiem doel is, wordt in de bestreden uitspraken volgens het Hof niet deugdelijk onderbouwd waarom het recht op vrije meningsuiting daarvoor in dit geval dient te wijken.

Daarbij gaat het Hof terecht voorbij aan algemeenheden, zoals de in meerdere instanties in stand gelaten overweging van de Litouwse consumentenautoriteit dat de advertenties ‘een  levensstijl propageren die onverenigbaar is met de principes van een religieus persoon’. Dat circa honderd christelijke Litouwers over de advertenties hebben geklaagd is verder volgens het Hof geen graadmeter voor de mening van de meerderheid van de christenen in Litouwen. Bovendien overweegt het Hof terecht dat ook indien een meerderheid van de Litouwers (religieus of niet) aanstoot zou nemen aan de advertentie, dat nog niet automatisch betekent dat het recht op vrije meningsuiting van het kledingbedrijf daarvoor moet wijken. Rechten van een minderheid mogen tenslotte niet afhankelijk zijn van wat de meerderheid van die rechten vindt. Het kledingbedrijf krijgt zijn gelijk en Litouwen moet de boete van €580 terugbetalen.

 

 

 

EU Hof: Schrems kan Facebook aanklagen in eigen land, maar niet namens 25.000 anderen

Door Sam Meijer

Vandaag heeft het Hof van Justitie EU geoordeeld dat de Oostenrijkse privacy-activist Max Schrems in zijn thuisland een vordering kan instellen tegen Facebook Ierland. Hij kan echter geen collectieve rechtszaak namens anderen aanspannen om onder meer schadevergoeding te claimen wegens vermeende privacyschendingen. Op grond van Europees recht (het ‘forum consumentis’ uit de Brussel I-verordening) kunnen consumenten een buitenlandse contractpartij oproepen voor het gerecht van hun woonplaats. Schrems verliest zijn hoedanigheid van “consument” niet door boeken te publiceren, lezingen te houden, websites te exploiteren, giften in te zamelen en de rechten van 25.000 andere consumenten aan zich te laten overdragen, aldus het Hof. Facebook stelde dat Schrems dit consumentenrecht verliest door beroepsmatig gebruik te maken van het sociale netwerk.

Echter, het forum consumentis beschermt alleen de consument zelf als contractspartij en biedt Schrems geen grondslag om een ‘massaclaim’ in te dienen door de rechten die andere consumenten aan hem hebben overgedragen geldend maken ten opzichte van Facebook.

Zie persbericht van het Hof.

Column over paardenpaspoorten moet worden gerectificeerd

Door Nanette Janssen

Eisma Media Groep heeft op 15 februari 2015 op de door de haar geëxploiteerde website horses.nl een column geplaatst van een van haar redacteurs, waarin EASP (voor de meesten vast bekend, maar hier toch even de volledige naam: ‘Europees Arabisch Stamboek voor Shagypaarden, Sportpaarden en Sportpony’s'), een belangenvereniging voor Shagya paarden en pony’s, wordt beschuldigd van betrokkenheid bij fraude met zogenaamde paardenpaspoorten. Naar dit bericht wordt in een tweede column van 28 oktober 2017 met een link verwezen. EASP vorderde daarop een rectificatie. De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft deze vordering bij vonnis in kort geding van 7 december 2017 toegewezen.

De columns gingen over een Shetlandpony die als vijfjarige werd verkocht op een veiling, maar veel ouder bleek te zijn. Kort na die constatering moest de pony worden geëuthanaseerd. EASP had voor de veiling op basis van door de dierenarts aangeleverde gegevens, waaronder de leeftijd van de pony, een paspoort voor de pony afgegeven waarin de verkeerde leeftijd stond. In de columns wordt EASP ervan beschuldigd een frauduleus paspoort te hebben uitgegeven en ‘het deksel op de beerput’ te willen houden.

De voorzieningenrechter oordeelt echter dat EASP niets te verwijten valt. Op grond van de geldende regelgeving was EASP verplicht om een zogenaamd blanco paspoort af te geven. Zij was daarbij niet verplicht de door de dierenarts aangeleverde gegevens op juistheid te controleren. De beschuldigingen vinden daarmee dus geen steun in de feiten, en zijn bovendien ernstig. Dat het ging om een column, doet volgens de voorzieningenrechter niet af aan de onrechtmatigheid. Hoewel bepaalde aspecten in een column mogen worden uitvergroot, moeten deze ook in een column steun vinden in de feiten. De voorzieningenrechter gebruikt daarbij een redenering die naar onze mening in hoger beroep geen stand kan houden: “De vrijheid van meningsuiting is immers ook in een column gebonden aan grenzen, die worden overschreden in het geval dat de uitingen zijn gedaan met de bedoeling de ander te kwetsen en wanneer de met het oog op het te dienen belang gebezigde bewoordingen nodeloos grievend zijn….“. Sorry, een column mag niet kwetsen? Niet nodeloos grievend zijn? Dat hoeft natuurlijk niet, maar veel columns barsten van de verwensingen, grievende taal en kwetsende woorden. En dat is wel degelijk toegestaan. Op dat punt slaat dit vonnis de plank nogal schrikbarend mis.

Opvallend is ten slotte nog dat de rechter de rectificatie van het artikel van 28 oktober 2017 beveelt, terwijl de tekst die moet worden gerectificeerd afkomstig is uit het eerdere artikel van 15 februari 2015 (waar in de tweede column slechts naar wordt gelinkt). Het lijkt erop dat hiervoor is gekozen om aan de eis van spoedeisendheid te voldoen die geldt in een kort geding (die was er niet meer bij de column uit 2015). Maar het is maar de vraag of enkel het plaatsen van een link in een artikel naar content waarvan de onrechtmatigheid niet evident is dat artikel al onrechtmatig maakt. Het vonnis besteedt aan die vraag helaas geen aandacht.

Al met al verdient dit vonnis naar onze bescheiden mening niet bepaald de schoonheidsprijs.

Uitgever biografie mocht portret Max Verstappen gebruiken zonder toestemming

Door Michael Bacon

Uitgeverij Karakter heeft in 2016 het boek “Max – het ongeautoriseerde verhaald over de jongste Formule 1-winnaar ooit” uitgebracht. Nederlands bekendste autocoureur heeft voor de biografie geen toestemming gegeven en vorderde op grond van zijn portretrecht (artikel 21 Auteurswet) een verbod. De rechtbank Amsterdam wees op 6 december 2017 vonnis: de publicatie is niet onrechtmatig.

Onder expliciete verwijzing naar het op 14 juni 2013 door de Hoge Raad gewezen bekende arrest tussen Cruijff en uitgeverij Tirion, overwoog de rechtbank dat het door Verstappen gestelde redelijke belang – zijn verzilverbare populariteit – om zich tegen gebruik van zijn portret te verzetten in dit geval niet aanwezig was omdat Karakter hem een redelijke vergoeding voor dat gebruik had aangeboden. De rechtbank vond de aangeboden vergoeding van 10% van de netto opbrengst van het boek in dit geval redelijk omdat dat de foto’s gemaakt waren in het kader van de beroepsuitoefening van Verstappen en behalve een commerciële waarde ook een algemene nieuwswaarde hebben. Bovendien waren veel van de foto’s al eerder gepubliceerd en waren de foto’s volgens de rechtbank slechts ondersteunend aan het verhaal.

Doordat de vergoeding als redelijk is aangemerkt, heeft Max Verstappen geen redelijk belang om zich op grond van artikel 21 van de Auteurswet tegen de openbaarmaking van zijn portret te verzetten. Het boek blijft dus gewoon te koop.

Kennisdag Toezicht & Handhaving

Door Redactie

Op donderdag 1 februari 2018 organiseert Kennedy Van der Laan de Kennisdag Toezicht en Handhaving.

We beginnen met een plenair gedeelte waarin we aandacht besteden aan de bevoegdheden van de bestuursrechtelijke toezichthouders en de ontwikkelingen in het boeterecht. U hebt zelf invloed op de inhoud hiervan en kunt uw vragen doorgeven via het registratieformulier.

Daarna kunt u twee workshops volgen. De keuzemogelijkheden hiervoor zijn:

  • Inlichtingenplicht en medewerkingsplicht
  • Spoedmaatregelen van de handhaver
  • Tegen wie kan worden gehandhaafd?

Naast de advocaten van Kennedy Van der Laan, zijn wij zeer verheugd met de komst van onderstaande externe sprekers:

Oswald Jansen, bijzonder hoogleraar Europees bestuursrecht en openbaar bestuur Maastricht University;

Richard Neerhof, hoogleraar bestuursrecht Vrije Universiteit;

Arnout Klap, universitair hoofddocent bestuursrecht Universiteit van Amsterdam;

Michiel van Emmerik, universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht Universiteit Leiden, rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Midden-Nederland.

Locatie en tijdstip
De Kennisdag Toezicht en Handhaving is op donderdag 1 februari 2018 van 13.00 tot 16.30 uur met aansluitend een informele borrel. U bent van harte welkom vanaf 12.00 uur voor inloop en lunch. Het seminar wordt op een goed bereikbare locatie in Amsterdam gehouden; deze laten we u te zijner tijd nog weten.

Aanmelden en meer informatie
De Kennisdag is bedoeld voor al onze relaties, overheids- en bedrijfsjuristen en andere juristen in publieke of private dienst. Graag horen wij of u op 1 februari aanwezig bent. Het seminar is gratis maar er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar, dus geef u zo snel mogelijk op via onderstaande knop “Aanmelden“. U kunt ook een collega of relatie uitnodigen voor de Kennisdag. Vult u in dat geval het e-mailadres van deze persoon in op het aanmeldformulier.

 

 

Als u nog vragen heeft, neemt u dan s.v.p. contact op met Quint Metzelaar.

Met vriendelijke groeten,

Namens het team Bestuursrecht,
Anita van den Berg
Jan van der Grinten

Kennedy Van der Laan

 

Bitcoin geen kansspel

Door Joran Spauwen

De Kansspelautoriteit heeft in een kennisgeving laten weten dat cryptocurrency (zoals Bitcoin) geen kansspel zijn (en dus niet door haar gereguleerd worden). De autoriteit had vragen binnen gekregen van verschillende partijen die hieraan twijfelden en besloot daarop onderzoek te doen. Wellicht dat niet iedereen bij Bitcoin aan de Wet op de Kansspelen dacht, maar de definitie van kansspel is echter zo breed (meedingen naar prijzen en premies, middels ‘enige kansbepaling’), dat het niet heel vreemd is dat dergelijke vragen zijn gesteld. Vergeet niet dat de beurs soms ook wordt vergeleken met een casino. Overigens zou regulering van Bitcoin door de Kansspelautoriteit bijzonder onwenselijk zijn, omdat ze eigenlijk alleen een totaalverbod zou kunnen opleggen en winsten vervolgens zwaar belast worden.

Over ‘waarom’ Bitcoin geen kansspel zijn is de autoriteit niet heel duidelijk. Zij schrijft: “De reden dat cryptomunten in juridische zin niet als kansspelen worden gezien, is dat de waarde ervan tot stand komt door vraag en aanbod op de markt.” Uit het persbericht blijkt niet waar dit ‘marktwaarde-criterium’ vandaan komt. En – niet onbelangrijk – of dit ook geldt voor andere ‘verhandelbare’ kansspeldeelnames.

Het onderzoek van de Kansspelautoriteit is tot op heden niet gepubliceerd.

 

Hof: EenVandaag geeft vertekend beeld van burenruzie, maar uitzending blijft online

Door Lotte Oranje

Op 12 augustus 2017 zendt EenVandaag een reportage uit over een langlopende en extreme burenruzie. Tijdens deze uitzending wordt aandacht besteed aan verschillende kanten van de ruzie en wordt het negatieve beeld van buurman A, die ‘het monster van Leersum’ wordt genoemd, aanzienlijk genuanceerd. In de uitzending dringt de vraag zich op of buurman B. het leed niet over zichzelf heeft afgeroepen.

Vanwaar die bijnaam ‘het monster van Leersum’? Er bestaat een lange lijst van tegen A gevoerde strafrechtelijke en civiele procedures. Buurman A is in 2007 bijvoorbeeld door het hof Amsterdam wegens mishandeling van de partner van buurman B en belaging van B zelf veroordeeld tot een gevangenisstraf en een geldboete. In 2010 heeft A zich toegang verschaft tot de, op dat moment verlaten, woning van B. Hij is daar op heterdaad betrapt en vervolgens twee weken in voorlopige hechtenis doorgebracht en heeft op last van de rechter-commissaris een psychologisch onderzoek ondergaan. A heeft in totaal € 300.000,- aan dwangsommen verbeurd vanwege overtreding van verschillende aan hem opgelegde ge- en verboden. In 2010 heeft de rechtbank Utrecht A wegens belaging, huisvredebreuk, verboden wapenbezit en verduistering veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen. In december 2010 heeft het hof Amsterdam A wegens belaging, erfvredebreuk en vernieling veroordeeld tot een geldboete van € 7.500,- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 72 dagen hechtenis.

Volgens de eigenaar (buurman B) van het huis naast buurman A is in de EenVandaag uitzending een veel te positief beeld geschetst van ‘het monster van Leersum’ en handelt omroep AVROTROS daardoor onrechtmatig jegens hem. Hij stapt naar de voorzieningenrechter, die oordeelt dat AVROTROS inderdaad onzorgvuldig gehandeld heeft door onjuiste feiten te vermelden en geen wederhoor toe te passen. EenVandaag moet de gehele uitzending van haar website halen en een rectificatie plaatsen. Over dit vonnis schreven wij al eerder op Mediareport.

AVROTROS gaat in hoger beroep. Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt eerst over de vraag of EenVandaag wederhoor moest toepassen: “De stelling van AVROTROS dat de uitzending moet worden beoordeeld in de context van de voorgaande uitzendingen en dat het daarom niet nodig was wederhoor toe te passen, volgt het hof niet, alleen al omdat tussen de verschillende uitzendingen lange tijd is verstreken en het daarom niet aannemelijk is dat de kijker van EenVandaag deze uitzending als het slot van een vierluik zal beschouwen, zoals AVROTROS tijdens het pleidooi in hoger beroep heeft betoogd.

Vervolgens oordeelt het hof dat het in deze zaak niet om een publiek figuur gaat, maar om een persoon die vanwege een conflict in de privésfeer enige media-aandacht krijgt. Ook levert de uitzending maar een kleine bijdrage aan het lopend publiek debat over uit de hand gelopen burenruzies, omdat de uitzending niet gaat over de vraag of bestaande procedures een oplossing bieden voor eenzijdige terreur van een buurman, maar ziet op een smaller perspectief.

Daarnaast bekijkt het hof of de uitzending van EenVandaag voldoende steun vindt in het feitenmateriaal. Hierbij is van belang dat EenVandaag zich tijdens de uitzending terughoudend opstelt, omdat zij enkele feiten schetst maar verder de geïnterviewden alle ruimte geeft om hun verhaal te vertellen. De keuze voor deze opzet behoort tot de journalistieke vrijheden, maar dit betekent wel dat er op AVROTROS een verzwaarde norm rust ten aanzien van de inhoud: “Het houdt slechts in dat zij zich ervan dient te vergewissen dat de door haar gepresenteerde feiten voldoende steun vinden in onder andere de onder 3.2 genoemde stukken. Daarbij blijft overigens gelden dat in de wijze van presentatie aan AVROTROS in beginsel een grote vrijheid toekomt”. Volgens het hof is er een onjuiste mededeling gedaan in de uitzending over een recht van overpad, waardoor een vertekend beeld wordt gegeven van het conflict en de rol van buurman A. Dit vindt geen steun in de feiten en vormt een ernstige aantasting van het recht op eerbiediging van persoonlijke levenssfeer van buurman B, waaronder het recht op bescherming van de goede naam en reputatie.

Volgens het hof is daardoor een vertekend beeld gegeven van het conflict, in het bijzonder van de rol van ‘het monster van Leersum’ daarin. Ten onrechte wordt het beeld opgeroepen dat geïntimeerde het door A veroorzaakte onheil als het ware over zichzelf heeft afgeroepen. Buurman B wordt daarmee door AVROTROS ten onrechte weggezet als de partij die door zijn onredelijke gedrag de burenruzie heeft veroorzaakt. Dit beeld vindt geen steun in de feiten. Het hof concludeert dat hierdoor het recht van buurman B op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer is geschonden en dat dit zwaarder weegt dan het recht van AVROTROS op vrijheid van meningsuiting. Op het gebied van de gevorderde maatregelen verschilt het hof wel van mening met de voorzieningenrechter: “De gehele verwijdering van de uitzending is naar het oordeel van het hof, gelet op de hiervoor geschetste omstandigheden, niet noodzakelijk en niet proportioneel. Aan het gerechtvaardigde belang van [geïntimeerde] om gevrijwaard te blijven van de onder 5.20 vastgestelde inbreuk, kan ook worden voldaan door alleen de betreffende mededeling te verwijderen. Het vonnis zal op dit punt worden vernietigd.” EenVandaag hoeft dus niet de gehele uitzending te verwijderen van het internet, en mag die weer online plaatsen.

Europa bereikt voorlopig akkoord over geoblocking

Door Martine de Koning

Op 20 november jl. is een compromis bereikt over de voorlopige tekst van de verordening geoblocking. Discriminatie van klanten op websites op grond van hun nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging wordt verboden. Het streamen van auteursrechtelijk beschermde muziek, e-boeken, online games en software valt niet onder de verordening.

Wat is geoblocking?
Geoblocking is het verhinderen dat klanten toegang hebben tot (de aankoop van) producten of diensten op een website in een andere lidstaat of hen daarbij discrimineren. Uit marktonderzoek van de Europese Commissie blijkt dat meer dan de helft (63%) van webwinkels aan geoblocking doet. Bijvoorbeeld als een klant geen online betaling kan verrichten, registratie op de website wordt geweigerd of een aankoop geblokkeerd omdat vanuit een andere lidstaat wordt besteld. Dit beperkt e-commerce op de interne markt ten nadele van consumenten en bedrijven.

Wat is nu precies verboden?
Het voorlopig akkoord verbiedt (prijs)discriminatie in drie gevallen: toegang tot goederen en diensten, websitetoegang en betalingstransacties. Aanbieders mogen toegang tot hun website niet blokkeren of klanten re-routen, tenzij de klant hiervoor expliciet toestemming geeft, en ook geen verschillende betalingsvoorwaarden toepassen op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging.

Gelijke toegang tot goederen en diensten
Gelijke toegang tot goederen en diensten geldt ook in drie gevallen.

  • voor diensten als autoverhuur of hotelovernachting, waar de klant gebruik van wil maken in het land waar de handelaar actief is;
  • voor langs elektronische weg verstrekte diensten zoals clouddiensten of gegevensopslag;
  • én voor goederen die worden geleverd in een lidstaat waarnaar de handelaar levering aanbiedt of die worden opgehaald op een met de klant overeengekomen locatie.

Een klant in Nederland mag dus niet belemmerd worden een online aankoop te doen van een leverancier gevestigd in Duitsland, indien de handelaar levering in Nederland aanbiedt. Dit moet ook voor dezelfde prijs, tenzij een prijsverschil non-discriminatoir is, bijvoorbeeld gerechtvaardigd door het verschil in transport- of afleverkosten. Als de handelaar geen levering in Nederland aanbiedt, moet de leverancier de producten wel verkopen aan deze klant maar hoeft hij het product niet in Nederland af te leveren.

In tegenstelling tot prijsdiscriminatie blijft prijsdifferentiatie of differentiatie in de algemene voorwaarden toegestaan.

Verhouding tot het mededingingsrecht
Beperkingen van actieve verkoop in de zin van de groepsvrijstellingsverordening (nr. 330/2010) en het kartelverbod in artikel 101 VWEU vallen buiten het verbod op ongerechtvaardigde geoblocking. In geval van conflict met het mededingingsrecht zal de nieuwe verordening voorrang krijgen.

Vanaf wanneer moet mijn website hieraan voldoen?
De verwachting is dat de nieuwe regels in de eerste helft van 2018 formeel worden bekrachtigd. Inwerkingtreding vindt plaats 9 maanden na publicatie van de verordening in het EU publicatieblad. Voor details, zie de persberichten van de Europese Commissie en de Raad.

Meer weten over de aankomende veranderingen? Neem gerust contact op met de sectie Commercial of Martine de Koning (Martine.de.Koning@kvdl.com).

 

Jens van den Brink in Nieuwsuur over bevel Turkse rechter tegen cartoons op Twitter

Door Emiel Jurjens

Gisteren werd bekend dat een Turkse rechtbank op eis van Erdogan een bevel heeft uitgesproken gericht tegen Twitter. Het bevel houdt in dat een serie tweets van verschillende gebruikers over Erdogan verwijderd dient te worden. Daaronder waren twee tweets van cartoonist RubenL. Oppenheimer met daarin zijn cartoon waarin de Twittervogel het door toedoen van Erdogan zwaar te verduren heeft. Het bevel lijkt overigens te dreigen met het geheel op zwart zetten van Twitter in Turkije als ze niet voldoen aan de eis.

Twitter heeft het bevel doorgeleid aan de tweeps, waaronder Oppenheimer met de vraag of hij de cartoon vrijwillig wil verwijderen. Dat heeft Oppenheimer geweigerd, met daarbij de opmerking “Zou toch eigenlijk wel lollig zijn om me te laten bijstaan door Theo Hiddema“.

Nieuwsuur besteedde gisteren aandacht aan dit onderwerp. Jens van den Brink gaf in de uitzending commentaar op de kwestie: kijk hier wat hij te zeggen had (het fragment staat aan het einde van het artikel).

 

Zelfregulering voor reclame vloggers op YouTube: β€˜Social Code: YouTube’ gelanceerd

Door Marijn Cok

Op vrijdag 17 november 2017 is in samenwerking met het Commissariaat voor de Media door een grote groep YouTubers de “Social Code: YouTube” gelanceerd. Het doel van de Code is duidelijker te maken wanneer een vlog op YouTube reclame bevat. Zo hebben de bij de Social Code aangesloten YouTubers bijvoorbeeld afgesproken om op een specifiek omschreven manier in hun video’s aan te geven wanneer zij betaald worden om reclame te maken voor een merk, product of dienst. En ook als

producten of diensten gratis of met korting gekregen zijn moet dit vermeld worden. Voor deze (en een aantal andere) situaties gelden als je bent aangesloten bij de Social Code specifieke regels voor het vermelden van de toepasselijke situatie in je vlog.

Eerder dit jaar kwam het Commissariaat voor de Media na onderzoek tot de conclusie dat driekwart van de populaire vlogs op YouTube sluikreclame bevat. Voorzitter Madeleine de Cock Buning is dan ook blij met deze vorm van zelfregulering door de YouTubers: “Met de code zetten zij echt een belangrijke stap in de goede richting. De YouTubers laten door deze vorm van zelfregulering zien dat zij hun verantwoordelijkheid willen nemen naar hun kijkers. Vooral voor minderjarigen is dat erg belangrijk”.

De Social Code is voor een deel geïnspireerd door de resultaten van het Literatuuronderzoek van dr. Esther Rozendaal van de Radboud Universiteit en dr. Eva van Reijmersdal van de Universiteit van Amsterdam. Zij deden in opdracht van het commissariaat onderzoek naar de mogelijkheden reclame in online video’s transparanter te maken. Daaruit bleek onder meer dat hoe langer er in een video vermeld wordt dat er sprake is van reclame, hoe beter dit door de kijker begrepen wordt.

De Social Code is geen officiële wet- of regelgeving, maar een vorm van zelfregulering die vooralsnog bovendien alleen vloggers die op YouTube actief zijn omvat. De Richtlijn audiovisuele mediadiensten zal naar verwachting regelgeving voor reclame in online video’s bevatten: de inhoud daarvan staat echter nog niet vast.

Bestuur Huis voor Klokkenluiders stapt op na kritisch rapport

Door Emiel Jurjens

Het Huis voor Klokkenluiders ligt al sinds de oprichting in 2016 onder vuur. Zo bleek er een medewerker van de AIVD gedetacheerd te hebben gezeten bij het Huis, waren er signalen dat het Huis de werkdruk niet aankon en stapte de bestuursvoorzitter eerder dit jaar op, kennelijk na onmin binnen het bestuur. Voormalig topambtenaar Maarten Ruys kreeg de opdracht het functioneren van het Huis te onderzoeken. In zijn rapport, dat vandaag is gepubliceerd, trekt hij stevige conclusies over het Huis.

Ruys constateert een groot aantal problemen, waaronder:

  • er is “geen synergie” tussen verschillende medewerkers en het bestuur van het Huis. Ook is er “geen draagvlak” bij medewerkers voor het huidige bestuur;
  • er zijn “stevige individuele opvattingen” bij de leden van het bestuur over de koers van het Huis die leiden tot “verschillen van inzicht”. Een bestuurder schrijft in een interne e-mail dat “dit bestuur een substantieel onderdeel van het totale probleem” is;
  • de samenwerking tussen de afdelingen Advies en Onderzoek in het Huis verloopt moeizaam, er is sprake van “verstoorde persoonlijke relaties tussen afdelingen en tussen individuen onderling”. Medewerkers van de afdeling Advies “twijfelen aan de betrokkenheid van collega’s van andere afdelingen bij (de problemen van) klokkenluiders”, terwijl medewerkers vanuit de afdeling Onderzoek de bejegening vanuit de afdeling Advies als “diskwalificerend” ervaren;
  • er bestaan grote meningsverschillen over de toe te passen criteria voor de beoordeling of een verzoek tot het doen van onderzoek ontvankelijk is;
  • er is te weinig capaciteit en (deels) te weinig aandacht voor externe profilering.

Ruys concludeert dat er een ‘herstart’ nodig is van het Huis. Hij adviseert het huidige bestuur af te treden en het huidige personeelsbestand ‘door te lichten’. Inhoudelijk adviseert hij het Huis meer aandacht te hebben voor de positie van klokkenluiders en in het bijzonder het ongelijke speelveld waar klokkenluiders zich op bevinden (het is overigens opmerkelijk dat een externe partij het Huis hier op moet wijzen). Ook adviseert hij een Raad van Advies op te richten.

Het bestuur heeft zijn adviezen ter harte genomen en heeft aangekondigd per 8 januari 2018 af te zullen treden. Minister Ollongren heeft prof. dr. Erwin Muller (Universiteit Leiden) aangewezen als interim-voorzitter met als voornaamste taak het implementeren van de adviezen van Ruys.

Zoals hier eerder is betoogd blijft de beste rechtsbescherming voor klokkenluiders volgen uit artikel 10 EVRM (vrijheid van meningsuiting/informatie). Ook (en juist) in arbeidsgeschillen dient dit artikel een cruciale rol te spelen. Zie in meer detail het artikel “Bescherming van klokkenluiders onder artikel 10 EVRM” van Jens van den Brink en Emiel Jurjens.

Het bestaan van het Huis kan in dat kader paradoxaal genoeg in het nadeel van de klokkenluider werken, omdat onder artikel 10 EVRM één van de wegingsfactoren is of er plekken bestaan waar de klokkenluider met zijn klacht terecht kan, anders dan de media. Dit onderwerp kwam ter sprake in het recente symposium ‘Het Klokkenluidersdilemma’, waarbij onder meer aan de orde kwam dat een dergelijke, voor de klokkenluider nadelige, weging wrang zou zijn omdat het Huis zeer stroef functioneert. De hier eerder opgeworpen vraag of het Huis klokkenluiden niet juist lastiger maakt blijft dus, ook door de ontwikkelingen van vandaag, nog steeds actueel.

EenVandaag moet uitzending over extreme burenruzie rectificeren

Door Amy van der Maat

Recent heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden Nederland zich uitgelaten over een al jarenlang spelende en extreme burenruzie. De kwestie kreeg ook in de media veel aandacht.

EenVandaag besteedde in de uitzending van 12 augustus 2017 aandacht aan het in de media geschetste negatieve beeld van buurman A, die was neergezet als het ‘monster van Leersum’, een omschrijving waar sommige geïnterviewden niet mee konden leven. Eiser (de buurman van ‘het monster van Leersum’) klaagt

dat EenVandaag omroep Avrotros onrechtmatig heeft gehandeld door in de uitzending een foute voorstelling van zaken te schetsen, kritiekloos de geïnterviewden aan het woord te laten, een valse hoedanigheid van geïnterviewden te vermelden, essentiële feiten achterwege te hebben gelaten en bewust geen hoor en wederhoor te hebben toegepast.

Vanwaar die bijnaam ‘monster van Leersum’? Er bestaat een lange lijst van tegen A gevoerde strafrechtelijke en civiele procedures. Buurman A is in 2007 bijvoorbeeld door het hof Amsterdam wegens mishandeling van de partner van buurman B en belaging van B zelf veroordeeld tot een gevangenisstraf en een geldboete. In 2010 heeft A zich toegang verschaft tot de, op dat moment verlaten, woning van B. Hij is daar op heterdaad betrapt en vervolgens twee weken in voorlopige hechtenis doorgebracht en heeft op last van de rechter-commissaris een psychologisch onderzoek ondergaan. A heeft in totaal € 300.000,- aan dwangsommen verbeurd vanwege overtreding van verschillende aan hem opgelegde ge- en verboden. In 2010 heeft de rechtbank Utrecht A wegens belaging, huisvredebreuk, verboden wapenbezit en verduistering veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen. In december 2010 heeft het hof Amsterdam A wegens belaging, erfvredebreuk en vernieling veroordeeld tot een geldboete van € 7.500,- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 72 dagen hechtenis.

De voorzieningenrechter maakt de gebruikelijke afweging, in dit geval tussen het recht van eiser op eerbiediging van de eer en goede naam en het recht van Avrotros op vrijheid van meningsuiting om aandacht te vragen voor (andere geluiden in) de burenruzie. Bij die afweging acht de rechtbank de volgende omstandigheden relevant: 

  1. In de uitzending door Avrotros zijn ernstige feitelijke onjuistheden vermeld, dan wel een zeer verkeerd beeld opgeroepen;
  2. De verslaggeefster heeft geen enkele kritische vraag gesteld of kanttekening gemaakt;
  3. Er is feitelijk, ook omdat door Avrotros bewust is afgezien van het hoor en wederhoor van [eiser], aan [A] en geïnterviewden een podium verschaft om geheel ongehinderd een negatief beeld van [eiser] te creëren.

De voorzieningenrechter acht het voldoende aannemelijk dat ook in een bodemzaak deze onjuiste beeldvorming een ongeoorloofde inbreuk zal opleveren op de persoonlijke levenssfeer en de eer en goede naam van eiser. De uitzending is daarom volgens de rechter onrechtmatig. De omstandigheid dat eiseres veelvuldig in het nieuws is geweest, doet daar niet aan af.

EenVandaag moet haar uitzending van haar website halen, en moet Google, YouTube, Bing, Yahoo, Facebook en Linkedln vragen de beelden uit de zoekresultaten te halen. Ook moet EenVandaag rectificeren op haar website.

Update: hier de uitspraak in hoger beroep.

Geen auteursrecht op stockfoto van temperatuurmeter

Door Michael Bacon

Wanneer komt een stockfoto voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking? Die vraag lag voor in een recent gepubliceerd vonnis van de kantonrechter Noord-Holland.

Gedaagde, die een website over het tunen van auto’s exploiteerde, had zonder toestemming van eisers een foto van een temperatuurmeter in een auto uit de door eisers beheerde databank gekopieerd en op zijn website geplaatst. Eisers vorderden voor dit gebruik een vergoeding.

De kantonrechter overweegt dat de foto een zo duidelijk en natuurgetrouwe close up betreft van een temperatuurmeter in een auto, dat niet is gebleken in welk opzicht de foto zich daarbij onderscheidt van andere foto’s van een temperatuurmeter in een auto. Dat keuzes zijn gemaakt in de belichting, invalshoek, afwerking etc is daarvoor onvoldoende. De rechter concludeert dat de foto niet getuigt van het persoonlijk stempel van de fotograaf en daarmee niet als werk in de zin van de Auteurswet kan worden aangemerkt. Het  stond gedaagde dus vrij de foto voor zijn eigen website te gebruiken.

De rechtbank Den Haag oordeelde in een vonnis van 23 september 2015 al in vergelijkbare zin. De rechtbank vond een serie foto’s die van hockeymateriaal van producent Grays was gemaakt niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen omdat de foto’s waren gemaakt met als doel het materiaal zo objectief mogelijk weer te geven en het merk Grays zo zichtbaar mogelijk te maken.  Daardoor waren de foto’s in overwegende mate het resultaat van functioneel bepaalde (en niet van creatieve) keuzes, waaraan niet afdeed dat aan met name de afwerking veel aandacht en geld was besteed.

Hoewel de drempel voor auteursrechtelijke bescherming niet hoog is, volgt uit deze uitspraken dat lang niet alle foto’s deze drempel halen.

 

Buma/Stemra hoeft interviews over oud-directeur in FD en op RTLZ niet te rectificeren

Door Marijn Cok

In interviews met journalisten van het Financieel Dagblad en RTLZ lieten de huidige directeur en de advocaat van Buma/Stemra zich uit over de onderzoeksresultaten van NautaDutilh en BDO naar Buma/Stemra. Het onderzoek bracht volgens Buma/Stemra aan het licht dat aanzienlijke kosten werden vooruitbetaald aan leveranciers terwijl dat niet had gehoeven. Ook zijn facturen geantedateerd en zijn mogelijk het bestuur van Buma/Stemra en diens accountant hierover onvoldoende geïnformeerd. Hierdoor zijn mogelijk aan artiesten en componisten lagere
auteursrechtsvergoedingen uitbetaald.

De uitlatingen van de huidige directeur en de advocaat werden op de website van RTLZ in termen van ‘fraude’ en ‘frauduleus handelen’ gevat en in verband gebracht  met de voormalige directeur. De ex-directeur startte daarop een kort geding tegen Buma/Stemra en diens advocaat, waarin hij rectificatie vorderde.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam overwoog dat de woorden niet van Buma/Stemra zelf, maar van de journalist van RTLZ afkomstig waren. Ook publicaties op Geenstijl over de kwestie kunnen niet aan Buma/Stemra worden toegeschreven. Bovendien heeft Buma/Stemra RTLZ verzocht deze termen vóór het moment van publicatie te verwijderen. De uitlatingen die de huidige directeur en de advocaat wél hebben gedaan vinden voldoende steun in het onderzoek en zijn gerechtvaardigd.

Wel vond de rechter dat Buma/Stemra als goed werkgever meer inspanningen had mogen verrichten ter bescherming van de eer en goede naam zijn voormalig directeur. Vast is komen te staan dat de gewraakte gang van zaken breed gedragen werd binnen de toenmalige bedrijfstop: ‘In de publiciteit is [eiser] ten onrechte in dit verband als enige zondebok aangemerkt’. Om die reden werd de ex-directeur niet veroordeeld (zoals gebruikelijk bij verlies) in de proceskosten van Buma/Stemra.

Eritrea: hoogleraar wint ook in hoger beroep over uitspraak in BNR Nieuwsradio

Door Emiel Jurjens

Hoogleraar Mirjam van Reisen (Universiteit van Tilburg, Universiteit Leiden) werd in 2015 geïnterviewd in BNR Nieuwsradio over het nieuws dat aan het Eritrese regime gelieerde personen werden ingezet als tolken bij de IND. Naar aanleiding van haar uitspraken in dit interview startte de (inmiddels oud-)voorzitter van de YPFDJ Nederland, de jongerenafdeling van het Eritrese regime in Nederland, een kort geding tegen Van Reisen. Dit kort geding won zij, waarop hoger beroep werd ingesteld. Het Hof heeft vandaag arrest gewezen en heeft geoordeeld dat de voorzieningenrechter terecht alle vorderingen heeft afgewezen.

Waar ging het ook alweer precies om? Van Reisen zei in het interview over de twee tolken, broer en zus van de toenmalige voorzitter van de YPFDJ Nederland, dhr. Bahlbi: “het zijn mensen die al lang in Nederland zijn, waarvan de broer van de twee waarom het gaat de spil is van de inlichtingendienst van Eritrea waarvan het centrum in Nederland is en dat is een bekend gegeven en feit”.

Het Hof onderzoekt of er voldoende steun in de feiten bestaat voor deze uiting en komt tot het oordeel dat dit het geval is:

Het Hof is van oordeel dat de beweringen van Van Reisen in zoverre worden ondersteund dat het aanwezige feitenmateriaal de nodige aanwijzingen bevat dat de YPFDJ mede functioneert als onderdeel van het inlichtingennetwerk van de regering van Eritrea (…)

Bahlbi [is] gedurende enige jaren voorzitter geweest van YPFDJ Nederland en [was] dat ten tijde van het interview nog steeds. Als voorzitter kan hij in elk geval worden aangeduid als spil van de YPFDJ in Nederland, terwijl er daarnaast concrete aanwijzingen zijn dat deze organisatie een rol speelt in het inlichtingennetwerk van Eritrea. Bahlbi heeft zichzelf dan ook, door voorzitter van YPFDJ Nederland te worden en door zijn aanwezigheid bij jaarlijkse conferenties en andere bijeenkomsten van die YPFDJ, waardoor tevens kan worden aangenomen dat hij in contact stond met vertegenwoordigers van de regering van Eritrea, als ‘public figure’ kwetsbaar gemaakt voor beschuldigingen van betrokkenheid bij dit inlichtingennetwerk.

Het Hof weegt daarnaast nog mee dat de uitingen van Van Reisen een reactie waren op een artikel op Oneworld.nl over de tolken. In dit artikel komt naar oordeel van het Hof een “belangrijke misstand aan de orde die de samenleving raakt” en daarom komt aan Van Reisen “een grote vrijheid toe zich daarover in het naar aanleiding daarvan gehouden interview te uiten”.

Er was nog geklaagd over het gebrek aan wederhoor. Daarover oordeelt  het Hof dat Van Reisen “niet het verwijt kan worden gemaakt dat zij het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden omdat het BNR Nieuwsradio is geweest die ervoor heeft gekozen om niet ook Bahlbi aan het woord te laten.

Zie ook onze artikelen over een aantal eerdere rechtszaken waarin Eritrea aan de orde kwam:

- Eritrea 1: kort geding tegen hoogleraar over uitspraak in BNR Nieuwsradio

Eritrea 2: kort geding tegen directeur IND over citaten in NRC

Eritrea 3: kort geding tegen de Volkskrant over intimiderende tweet

Eritrea 4: ook in tweede kort geding tegen de Volkskrant vorderingen afgewezen

Van Reisen werd in hoger beroep bijgestaan door Christien Wildeman en Emiel Jurjens.

Auteur valse Google Reviews over kinderdagverblijf moet schadevergoeding betalen

Door Frederiek Maessen

De auteur die valse recensies op Google Maps heeft geplaatst over een kinderdagverblijf moet een schadevergoeding van €2.702 betalen. Zo blijkt uit een recent gepubliceerd vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 25 oktober 2017.

De auteur, een bekende van de beheerders van het kinderdagverblijf, plaatste gedurende 10 maanden meerdere neprecensies vanuit verschillende Google-accounts. Hij noemde het kinderdagverblijf onhygiënisch en omschreef de situatie als ‘hysterisch’. Huilende kinderen zouden worden genegeerd en alles zou binnen het bedrijf draaien om geld, aldus de auteur. De recensies zouden het gevolg zijn geweest van een onenigheid die eind 2014, begin 2015 is ontstaan tussen de auteur en de beheerders van het kinderdagverblijf. Bekend was dat de auteur kampte met psychische klachten en onder behandeling was bij een therapeute.

In een eerdere kort gedingprocedure was Google bij vonnis van 29 februari 2016 geboden recensies te verwijderen en de advocaat van het kinderdagverblijf de NAW gegevens en IP adressen te verschaffen van de Google gebruiker(s) die de recensies had(den) geplaatst. Via de internetproviders van de IP adressen die Google had afgegeven kwam het kinderdagverblijf bij gedaagde uit.

De auteur van de neprecensies wordt veroordeeld het kinderdagverblijf de geleden materiële schade te vergoeden. Die bestaat uit de loonkosten van de bestuurders voor de tijd die zij niet hebben kunnen besteden aan hun eigenlijke werkzaamheden. De vordering tot vergoeding van immateriële (reputatie)schade wordt afgewezen, omdat die onvoldoende is onderbouwd. Wel wordt nog een vergoeding van buitengerechtelijke kosten toegewezen van EUR 11.000,-. Bestaande uit de kosten gemaakt voor de kort geding procedure waarmee afgifte van de gebruikersgegevens en verwijdering van de recensies door/van Google is gevorderd.

EHRM in Tamiz vs UK: Google niet aansprakelijk voor inhoud comments

Door Jens van den Brink

Het arrest in Tamiz v. UK is een belangrijke steun in de rug voor internet tussenpersonen die aansprakelijk worden gehouden voor de inhoud van content die zij hosten. Waar ging het om in deze zaak?

Feiten
Google is aanbieder van de dienst blogger.com. Via blogger.com kunnen mensen gratis een blog op starten. Gebruikers kunnen ervoor kiezen om hun blog ook door blogger.com te laten hosten.

Op 27 april 2011 verschijnt er op de door blogger.com gehoste website “London Muslim” blog een stuk over “Payam Tamiz, a Tory Muslim council candidate“, met een foto van Tamiz, en onder meer de melding dat Tamiz:

has resigned from the party after calling Thanet girls ‘sluts’. Tamiz who on his Twitter page describes himself as an ‘ambitious British Muslim’ is bizarrely studying law so one would have thought this Tory prat with Star Trek Spock ears might have engaged the odd brain cell before making these offensive remarks.

In de comments onder het artikel werd Tamiz onder meer een “known drug dealer” genoemd, en staan onder meer de volgende beschuldigingen:

His whole family are criminals
Can’t deny what he said is true but isn’t this the same Payam Tamiz that use to take girls back to his ‘houseparties’ practically every weekend with his friends and sleep with them?”
Before Payam starts to call women sluts it might be an idea for him to look closer to home, how may brothers and sisters has he got, all with different fathers. I thought Muslim men were the one who were meant to have more than one wife, not the women with more than one husband. Is there not a 30 year gap between the ages of his younger to older brother and sister. Look closer to home pal.
It couldn’t have happeneded to a better person, his a little snake and he knows it. I’d put my money on him still being a virgin, not being funny but you only got to look at his picture to work that out.
And his brothers girl friend is an escort girl

Eind april 2011 vult Tamiz een abuse report in voor één van de comments. Google laat hem daarop weten dat ze de comments en het artikel niet verwijderen. Google vraagt Tamiz wel toestemming om zijn takedown verzoek te forwarden aan de auteur van het artikel. Die toestemming geeft Tamiz, waarbij hij meteen zijn klacht uitbreidt naar een aantal andere comments. Google stuurt daarop de klacht door. De post en de comments worden dan op 14 augustus 2011 door de auteur van het artikel verwijderd.

Tamiz neemt daar geen genoegen mee. Hij vindt dat Google onrechtmatig heeft gehandeld door de volgens hem lasterlijke teksten online te laten staan en start een procedure tegen Google. De Engelse rechter wees zijn vorderingen af; Google was niet de uitgever van de teksten en had niet onrechtmatig gehandeld.

Beoordeling EHRM
Tamiz stapt daarop naar het EHRM. Hij vindt dat de Engelse staat tekort is geschoten in de positieve verplichting die uit artikel 8 EVRM volgt om zijn reputatie te beschermen. Het EHRM herinnert aan de overweging uit het Springer arrest, dat een succesvol beroep op artikel 8 EVRM vereist dat ”an attack on personal honour and reputation must attain a certain level of seriousness and must have been carried out in a manner causing prejudice to the personal enjoyment of the right to respect for private life.”

Het Hof past dat dan toe voor internet comments en bepaalt “This threshold test is important: as Article 19 noted in their intervention, the reality is that millions of Internet users post comments online every day and many of these users express themselves in ways that might be regarded as offensive or even defamatory. However, the majority of comments are likely to be too trivial in character, and/or the extent of their publication is likely to be too limited, for them to cause any significant damage to another person’s reputation“. Kortom, comments online moeten niet te serieus worden genomen, en leveren vaak geen schade op aan de reputatie van anderen.

Het EHRM past deze drempel toe en is het eens met de Engelse rechters “that while the majority of commens about which the applicant complains were undoubteldy offensive, for the large part they were little more than “vulgar abuse” of a kind (…) which is common in a communication on many Internet portals, and which the applicant, as a budding politician, would be expected to tolerate.”

Bovendien zullen lezers dit soort comments ook niet snel al te serieus nemen: “Furthermore, many of those comments … which made more specific – and potentially injurious – allegations would, in the context in which they were written, likely be understood by readers as conjecture which should not be taken seriously.

Daarnaast concludeert het EHRM dat Tamiz voldoende alternatieve mogelijkheden had om zijn recht te beschermen. Hij had ten eerste kunnen proberen een procedure te starten tegen de auteurs van de comments. Die was weliswaar anoniem, maar hij had kunnen proberen zijn gegevens te achterhalen via Google. Ten tweede had hij een procedure kunnen starten tegen de auteur van de blogpost.

Het EHRM wijst erop dat de overweging van de Engelse rechter om dat Google alleen maar (en dan ook nog “on the most generous assessment“) aansprakelijk zou kunnen zijn voor de inhoud van de comments nadat er een redelijke termijn voorbij was gegaan sinds zij het takedown verzoek had ontvangen, volkomen in lijn is met internationaal recht: “The approach of the national courts is entirely in keeping with the position in international law. Indeed, the Council of Europe, the European Union, the United Nations and the Organisation for Security and Co‑operation in Europe have all indicated that ISSPs should not be held responsible for content emanating from third parties unless they failed to act expeditiously in removing or disabling access to it once they became aware of its illegality. Indeed, the EU Directive on Electronic Commerce expressly provides that Member States shall neither impose a general obligation on ISSPs which are storing information provided by a recipient of their services to monitor the information which they store, nor a general obligation actively to seek facts or circumstances indicating illegal activity.”

Het EHRM benadrukt dat het Delfi arrest niet in de weg staat aan afwijzing van de eis van Tamiz. In Delfi ging het om een professioneel gemanaged nieuws portal dat op een commerciële basis eigen artikelen publiceerde en lezers uitnodigde comments te plaatsen.

Tenslotte wijst het EHRM op “the important role that ISSPs such as Google Inc. perform in facilitating access to information and debate on a wide range of political, social and cultural topics”. 

Het is duidelijk: het EHRM concludeert dat de Engelse gerechten de juiste afweging hebben gemaakt door Tamiz’ eisen af te wijzen. De klacht van Tamiz wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.

Uitspraak hoger beroep over Wob-verzoek MH17-stukken

Door Jan van der Grinten

Op 25 oktober 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over een besluit op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (‘Wob’). De zaak gaat over documenten die betrekking hebben op het handelen van de Nederlandse overheid na de ramp met de MH17. De verzoekers in deze zaak zijn de persorganen NOS, De Volkskrant en RTL Nieuws. In de gerechtelijke procedure tegen de Wob-besluiten van de minister van Veiligheid en Justitie zijn zij gezamenlijk opgetrokken. Wij waren als advocaten van deze nieuwsmedia betrokken bij de zaak.

De hogerberoepsprocedure had in het bijzonder betrekking op de openbaarmaking van de verslagen van de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (‘MCCb’). De andere stukken waarom was verzocht waren na de rechtbankuitspraak al voor het grootste deel openbaar gemaakt. De MCCb is belast met de coördinatie van intersectorale crisisbeheersing en besluitvorming over de samenhangende aanpak daarvan. Binnen deze commissie heeft regelmatig overleg plaatsgevonden over de nasleep van de ramp met de MH17.

De uitspraak is in twee opzichten interessant. Ten eerste heeft de Afdeling de integrale weigering van de minister om de MCCb-verslagen openbaar te maken in stand gelaten. Ten tweede heeft de Afdeling voor het eerst in de geschiedenis geoordeeld dat de Wob onder omstandigheden dient te wijken voor artikel 10 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (‘EVRM’). Deze aspecten komen hierna aan de orde.

Weigering openbaarmaking Mccb-verslagen

In de beroepsprocedure boog de rechtbank zich over de vraag of de minister de verzochte MCCb-verslagen integraal mocht weigeren met een beroep op artikel 11 Wob (‘intern beraad’) en artikel 10 lid 2 onder g. Wob (‘onevenredige benadeling). In de tussenuitspraken [ECLI:NL:RBMNE:2016:3018 en ECLI:NL:RBMNE:2016:3019] van 3 juni 2016 overwoog de rechtbank dat de minister daarmee een onjuiste toepassing had gegeven aan de Wob. Kort gezegd zijn de verslagen volgens de rechtbank opgesteld ten behoeve van intern beraad en bevatten een aantal daarvan persoonlijke beleidsopvattingen. De rechtbank constateerde echter ook dat in veel passages uitsluitend feitelijke gegevens en beschrijvingen voorkomen. Dat zijn geen persoonlijke beleidsopvattingen. Ook constateerde de rechtbank dat in de verslagen besluiten staan en dat die evenmin als persoonlijke beleidsopvattingen zijn te beschouwen. De integrale weigering was volgens de rechtbank dan ook in strijd met artikel 11 Wob. Wat betreft de weigeringsgrond ‘onevenredige benadeling’ had de minister volgens de rechtbank per onderdeel van ieder document moeten bepalen of die van toepassing was. De minister heeft vervolgens echter vastgehouden aan zijn integrale weigering om de MCCb-verslagen openbaar te maken.

In haar einduitspraken [ECLI:NL:RBMNE:2017:902 en ECLI:NL:RBMNE:2017:901] bleef de rechtbank bij haar standpunt dat de besluiten onvoldoende zijn gemotiveerd door het ontbreken van een afweging per (onderdeel van ieder) document. Nu de minister geen gebruik had gemaakt van de geboden mogelijkheid dit gebrek te herstellen, oordeelde de rechtbank dat het verzoek om openbaarmaking, voor zover dat betrekking heeft op de MCCb-verslagen, wordt ingewilligd. De rechtbank droeg de minister op om alle MCCb-verslagen openbaar te maken.

De minister heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Hij stelde zich op het standpunt dat de openbaarmaking van alle MCCb-verslagen onevenredige benadeling oplevert vanwege de eenheid van het regeringsbeleid en de ongestoorde gedachtewisseling binnen de ministerraad die daarvoor nodig is. Het belang van publieke informatieverstrekking weegt daar volgens de minister niet tegenop. Ook betrekt de minister bij deze belangenafweging dat er veel informatie over de afwikkeling van de MH17-ramp openbaar is gemaakt. De Afdeling volgt het standpunt van de minister en overweegt (r.o. 17.1): “Gegeven het geldende geheimhoudingsregime, de opdracht om de eenheid van het regeringsbeleid te bevorderen en de gevoelige aard van de onderwerpen die binnen de MCCb worden besproken, heeft de minister het belang om onevenredige benadeling te voorkomen zwaarder mogen laten wegen dan het belang dat is gemoeid met openbaarmaking.

Het is opmerkelijk dat de overweging van de Afdeling betrekking heeft op al hetgeen in de MCCb-verslagen staat opgenomen. De integrale weigering om de verslagen openbaar te maken houdt in hoger beroep dus stand. Dit valt moeilijk te rijmen met de vaste jurisprudentie dat de Wob een afweging vergt op document(onderdeel)niveau. Uit de Afdelingsuitspraak blijkt ook niet dat de Afdeling zélf een afweging op dit niveau heeft gemaakt.

De betekenis van artikel 10 EVRM

NOS, De Volkskrant en RTL Nieuws hadden ook hoger beroep ingesteld. Hun hoger beroep had betrekking op de beoordeling van de rechtbank van hun beroep op artikel 10 EVRM en de daarin geregelde vrijheid van nieuwsgaring. De rechtbank oordeelde in haar tussenuitspraak dat op de vrijheid van nieuwsgaring wettelijke beperkingen mogelijk zijn en dat de Wob zo’n wettelijke beperking is. Als een besluit voldoet aan de Wob, voldoet het volgens de rechtbank ook automatisch aan artikel 10 EVRM. De rechten die NOS, De Volkskrant en RTL Nieuws als persorganen aan dit artikel ontlenen, reiken volgens de rechtbank dan ook per definitie niet verder dan de Wob.

De nieuwsmedia stelden in hoger beroep onder verwijzing naar artikel 10 lid 2 EVRM en de jurisprudentie van het Europese Hof dat als een persorgaan een verzoek doet om overheidsinformatie in ieder concreet geval moet worden bezien of de weigering die informatie te verstrekken noodzakelijk is in een democratische samenleving met het oog op één van de in artikel 10 lid 2 EVRM genoemde belangen. Zij beriepen zich in dit verband onder andere op het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 28 november 2016, ECLI:CE:ECHR:2016:1108JUD001803011 (Magyar Helsinki Bizottság v. Hongarije). Volgens deze en eerdere jurisprudentie ontlenen zogenoemde “public watch dogs” (waaronder de pers) aan artikel 10 EVRM aanspraak op openbaarheid van overheidsinformatie, al kan dat recht door nationale overheden tot op zekere hoogte worden beperkt.

De Afdeling overweegt hierover dat met de weigeringsgronden in de Wob is voorzien in een wettelijke grondslag voor de inmenging in het in artikel 10 EVRM gewaarborgde recht om inlichtingen te ontvangen. In het algemeen mag er volgens de Afdeling vanuit worden gegaan dat de wetgever bij het formuleren van de Wob-weigeringsgronden heeft voorzien in beperkingen die noodzakelijk zijn in een democratische samenleving met het oog op een legitiem belang. Dit gaat volgens de Afdeling echter niet altijd op. Een uitzondering is op zijn plaats als een verzoeker stelt en aannemelijk maakt dat er “zeer bijzondere omstandigheden” zijn die meebrengen dat hij, ondanks toepassing van de Wob, in de uitoefening van het specifieke recht om op grond van artikel 10 lid 1 EVRM inlichtingen te ontvangen, wordt belemmerd zonder dat dit op grond van artikel 10 lid 2 EVRM is gerechtvaardigd.

Voor de Wob-praktijk is dit een zeer interessante overweging omdat die laat zien dat artikel 10 EVRM onder omstandigheden de Wob opzij zet. Volgens de Afdeling (r.o. 12.2) dient een geslaagd beroep op artikel 10 lid 2 EVRM als volgt uit te pakken. In het geval een absolute weigeringsgrond aan de weigering ten grondslag is gelegd, wordt de desbetreffende bepaling van de Wob op grond van artikel 94 Grondwet buiten toepassing gelaten. Dit artikel regelt kort gezegd dat verdragsrecht boven nationaal recht gaat. Als een relatieve weigeringsgrond aan de weigering ten grondslag is gelegd, zal het ontbreken van een rechtvaardiging als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het EVRM in beginsel tot uitdrukking kunnen komen bij uitleg en toepassing van de bepalingen van de Wob waarin de relatieve weigeringsgrond is neergelegd. Dit komt erop neer dat dan bij de belangenafweging meer gewicht toekomt aan het belang van verzoeker dan zonder de werking van artikel 10 EVRM het geval zou zijn. Waar onder de Wob geen onderscheid wordt gemaakt tussen de ene of de andere verzoeker, bevestigt de Afdeling bovendien dat journalisten bij de toepassing van artikel 10 EVRM een speciale positie innemen.

Rechter: drone met camera maakt inbreuk op privacy buren

Door Michael Bacon

Het maken van opnames met een drone zorgt vaak voor spectaculaire resultaten. De rechter is echter niet altijd even enthousiast over het gebruik van een drone met camera, in het bijzonder als de drone boven of naast privéterrein vliegt.

In een vonnis van 21 december 2016 oordeelde de kantonrechter te Apeldoorn dat een man wiens drone met camera door de buurjongen met een luchtbuks uit de lucht was geschoten  inbreuk had gemaakt op de privacy van zijn buren door de drone zodanig boven het erf van zijn buren te brengen dat deze zich bespied mochten voelen. Daarbij achtte de rechtbank niet relevant of de bewuste camera ‘aan’ stond of niet, of dat deze kon inzoomen of niet. Enkel de onzekerheid dat met de camera werd gefilmd was naar oordeel van de kantonrechter voldoende om tot een onrechtmatige inbreuk op de privacy te komen.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, redeneert in een recent vonnis langs een soortgelijke lijn. In het kader van een burenruzie oordeelt de voorzieningenrechter dat het laten vliegen van een drone met camera boven het eigen erf onrechtmatig is aangezien een drone beelden in vogelvluchtperspectief maakt. Daarmee kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet worden uitgesloten dat de drone, ook wanneer die boven het eigen erf blijft, opnames van het erf van de buren maakt. Bij dit oordeel speelt mogelijk ook een rol dat de eigenaren van de drone al vier vaste camera’s hadden geïnstalleerd op hun terrein waarmee ze opnames maakten van het terrein van de buren.

Natuurlijk zal in deze uitspraken voor de rechters hebben meegespeeld dat de buren in een conflict waren verwikkeld. Wel blijkt uit de uitspraken dat deze rechters het privégebruik van een drone met camera zonder aantoonbare rechtvaardigingsgrond al snel onrechtmatig achten. Er bestaat immers altijd wel een kans dat met de drone beelden van (het erf van) een ander worden gemaakt en er lijken niet al te zware eisen te worden gesteld aan degene die stelt zich daardoor bespied te voelen. Het is afwachten of de rechtspraak zich verder in deze richting zal ontwikkelen.

❌